3.1 Financiën
Financiële resultaten 2022
In 2022 waren extra middelen beschikbaar als gevolg van de corona envelop (NPO) en de verhoging van het macrobudget in verband met niveau 2 studenten. De begrote extra formatie met betrekking tot NPO is volledig ingezet in 2022 met als resultaat dat er extra begeleiding aan studenten kon worden gegeven en onderwijsachterstanden vrijwel zijn ingelopen. Een aantal initiatieven die met NPO-gelden zijn uitgevoerd zijn zo succesvol gebleken dat we deze willen voortzetten in de nieuwe werkagenda voor 2024-2027, zoals extra aandacht voor studentenwelzijn. De extra middelen voor niveau 2 zijn slechts gedeeltelijk omgezet in extra formatie omdat deze pas in de loop van het jaar bekend werden (voorjaarsnota). Deze inzet schuift door naar 2023 en wordt behalve voor niveau 2 studenten ook ingezet voor de flexibilsering van het onderwijs en NT2.
Het jaar 2022 is positief afgesloten met een resultaat van € 3,1 mln. t.o.v. een nihil begroting. Door de afname van het aantal studenten (gewogen 5%) in schooljaar 2022-2023 is de onderwijsformatie naar beneden bijgesteld en is de reguliere formatie lager uitgekomen dan begroot. Er waren incidentele meevallers zoals de uitkering van LOB-gelden, de OCW stroppenpot en een bate bij de verkoop van een onderwijspand in Drachten. De uitkering stroppenpot bedroeg € 0,6 mln., waarbij het ministerie OCW € 10 mln. beschikbaar had en eenzijdig bepaalt hoe deze wordt uitgekeerd.
In 2022 hebben we veel tijd en energie gestoken in het voorbereiden van de fusie met het Friesland College. Kosten zijn gemaakt voor de externe begeleiding en voor het vervangen van medewerkers die hebben deelgenomen aan de diverse projectgroepen. Dit betreft een bedrag van € 1,1 mln. waarvan € 0,5 mln. was begroot.
Toelichting op de exploitatieposten realisatie versus begroting
De rijksbijdragen zijn € 3,8 mln. hoger uitgekomen dan begroot. Het overgrote deel hiervan betreft de loon- en prijscompensatie, hier staan hogere loonkosten tegenover. Bij de overige baten is een boekwinst van € 0,6 mln. opgenomen als gevolg van de verkoop van een pand aan de gemeente.
| Exploitatie (* € 1 miljoen) | Realisatie 2022 | Begroting 2022 | Verschil |
| Rijksbijdragen | 134,9 | 131,1 | 3,8 |
| Ov. overheidsbijdragen | 1,2 | 0,8 | 0,4 |
| Cursus en examengelden | 1,7 | 1,7 | 0,0 |
| Baten in opdracht van derden | 7,4 | 5,9 | 1,5 |
| Overige baten | 3,0 | 2,0 | 1,0 |
| Totaal baten | 148,2 | 141,5 | 6,7 |
| Personeel | 114,8 | 112,2 | 2,6 |
| Afschrijvingen | 7,5 | 7,9 | -0,4 |
| Huisvesting | 7,3 | 7,4 | -0,1 |
| Overig | 15,7 | 14,0 | 1,7 |
| Totaal lasten | 145,3 | 141,5 | 3,8 |
| Financiële baten en lasten | 0,2 | 0,0 | 0,2 |
| Resultaat voor belasting | 3,1 | 0,0 | 3,1 |
| Belastingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Netto resultaat | 3,1 | 0,0 | 3,1 |
De personele lasten kwamen hoger uit als gevolg van de nieuwe CAO (€ 2,9 mln.) en als gevolg van de extra inzet voor de fusie (€ 0,5 mln.). Tevens zijn de personele lasten hoger uitgevallen als gevolg van een toename van de personele voorzieningen (€ 1,0 mln.). Hier staat tegenover dat de reguliere formatie lager is uitgekomen als gevolg van de afname van het aantal studenten. Per saldo komen de personele kosten € 2,6 mln. hoger uit dan begroot.
De geplande bouw van een nieuwe maritieme trainingsfaciliteit op Urk is verschoven van 2022 naar 2023. Als gevolg hiervan vallen de afschrijvingen lager uit dan gepland. De overige lasten zijn lager dan begroot als gevolg van lagere kosten op ICT.
Kasstromen 2022
In 2022 zijn de liquide middelen toegenomen als gevolg van het positieve resultaat. De kasstroom is tevens positief beïnvloed door een laag niveau aan investeringen. De omvang van de liquide middelen steeg in 2022 met € 4,6 mln. naar € 43,3 mln. Hierdoor nam de ratio liquiditeit toe van 2,1 in 2021 naar 2,2 in 2022.
| Kasstromen | Realisatie 2022 | Realisatie 2021 |
| Saldo baten en lasten | 2,9 | 7,3 |
| Afschrijvingen | 7,6 | 7,3 |
| Mutatie voorzieningen | 2,7 | 0,7 |
| Mutatie werkkapitaal | -2,2 | 0,9 |
| Interest en belastingen | 0,2 | 0,0 |
| Operationele cashflow | 11,2 | 16,2 |
| Investeringen | -6,3 | -4,5 |
| Financiering | 0,0 | 0,0 |
| Mutatie liquide middelen | 4,9 | 11,7 |
De mutatie voorzieningen betreft een toename van de personele voorzieningen als gevolg van een schattingswijziging bij de WGA en het seniorenverlof. Bij de WGA is gebruik gemaakt van een externe benchmark met betrekking tot de gemiddelde instroom in de WGA. Bij het seniorenverlof is de kans op het voortbestaan van de regeling over vijf jaar aangepast van 80% naar 100%. Overige schattingswijzigingen, en de nieuwe voorziening langdurig zieken welke heeft geleid tot een stelselwijziging, staan toegelicht in het financiële verslag.
De mutatie werkkapitaal wordt veroorzaakt door een vordering op OCW voor het resultaat afhankelijke deel van de kwaliteitsmiddelen. De vordering betreft het deel dat betrekking heeft op 2022 maar in 2023 wordt uitgekeerd. De interest die is ontvangen betreft een rentevergoeding op het saldo van de lopende rekening bij het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) in het vierde kwartaal van 2022.
Financiële situatie op balansdatum
Wij staan er financieel zeer gezond voor. De solvabiliteit ligt met 72% ver boven het gemiddelde van de MBO sector en ruim boven de ondergrens van 30% die de onderwijsinspectie hanteert. Ondanks deze hoge solvabiliteit is er geen sprake van bovenmatige reserves (zie de continuïteitsparagraaf). Een groot deel van het eigen vermogen wordt aangewend voor de financiering van huisvesting.
| Ratio | Realisatie 2022 | Realisatie 2021 | Realisatie 2020 |
| Solvabiliteit 1 | 71,5% | 75,0% | 74,9% |
| Liquiditeit | 2,2 | 2,1 | 1,6 |
| Rentabiliteit | 2,3% | 5,1% | 0,9% |
De liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en kortlopende schulden, ligt ultimo 2022 op 2,2. De stijging van de liquiditeit ten opzichte van 2021 wordt veroorzaakt door de toename van de liquide middelen zoals toegelicht bij het kasstromen overzicht. De liquiditeit ligt daarmee ruim boven de nieuwe signaleringswaarde van de onderwijsinspectie, die 0,75 bedraagt.
3.2 Continuïteitsparagraaf
In de continuïteitsparagraaf kijken we vijf jaar vooruit naar ontwikkelingen op belangrijke punten van beleid en organisatie en de gevolgen daarvan voor de financiële exploitatie en balanspositie. Per 1 januari 2023 zijn we bestuurlijk gefuseerd met Friesland College. Op 1 augustus 2023 volgt de scholenfusie tussen beide ROC’s. Vanaf dat moment is er sprake van 1 BRIN-nummer. De continuïteitsparagraaf gaat eerst in op de financiële ontwikkeling van ROC Friese Poort. Vervolgens worden de belangrijkste financiële kengetallen van de gefuseerde organisatie (Firda) separaat toegelicht.
Meerjarenraming
In onderstaande tabel staat de meerjarenraming voor ROC Friese Poort. In deze meerjarenraming is rekening gehouden met eenmalige fusie kosten voor het deel dat betrekking heeft op ROC Friese Poort.
| Exploitatie (* € 1 miljoen) | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Begroting 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| Rijksbijdragen | 131,8 | 134,9 | 131,1 | 127,6 | 125,0 | 123,8 | 122,9 |
| Ov. overheidsbijdragen | 0,8 | 1,2 | 1,1 | 1,0 | 0,9 | 0,8 | 0,7 |
| Cursus en examengelden | 1,7 | 1,7 | 2,4 | 2,4 | 2,3 | 2,3 | 2,2 |
| Baten in opdracht van derden | 5,4 | 7,4 | 5,8 | 5,9 | 6,1 | 6,2 | 6,3 |
| Overige baten | 2,1 | 3,0 | 2,1 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 |
| Totaal baten | 141,8 | 148,2 | 142,5 | 138,9 | 136,3 | 135,1 | 134,1 |
| Personeel | 106,9 | 114,8 | 115,2 | 110,5 | 107,4 | 106,0 | 105,2 |
| Afschrijvingen | 7,7 | 7,5 | 7,1 | 7,6 | 8,2 | 8,6 | 8,6 |
| Huisvesting | 7,1 | 7,3 | 9,9 | 8,4 | 8,9 | 8,8 | 8,8 |
| Overig | 12,9 | 15,7 | 16,6 | 12,5 | 12,3 | 12,2 | 12,1 |
| Totaal lasten | 134,5 | 145,3 | 148,8 | 138,9 | 136,8 | 135,6 | 134,6 |
| Financiële baten en lasten | 0,0 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Resultaat voor belasting | 7,3 | 3,1 | -6,3 | 0,0 | -0,5 | -0,5 | -0,5 |
| Belastingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Netto resultaat | 7,3 | 3,1 | -6,3 | 0,0 | -0,5 | -0,5 | -0,5 |
In 2023 wordt een negatief resultaat geraamd van € -6,3 mln. Deze € -6,3 mln. betreft specifieke uitgaven met betrekking tot NPO, energie en fusiekosten. Zonder deze posten is er sprake van een licht positieve begroting.
In 2023 wordt € 2,0 mln. voor NPO ingezet. Dit betreft middelen die in 2021 en 2022 zijn ontvangen en niet volledig zijn ingezet. Hierdoor zijn gedurende het gehele schooljaar 2022-2023 NPO-middelen beschikbaar. Deze € 2,0 mln. is gelijk aan de bestemmingsreserve NPO per 31-12-2022. Na 2023 worden geen NPO-middelen meer ingezet.
Als gevolg van het nieuwe prijscontract voor energie stijgen de huisvestingslasten met € 2,2 mln. t.o.v. 2022. Op het moment dat de begroting werd opgesteld was nog niet bekend dat een extra prijscompensatie voor de lumpsum zou volgen die in 2023 wordt uitgekeerd. Naar verwachting zal deze compensatie ruim de helft van deze extra energielasten dekken. Voor 2024 en daarna gaan we uit van een genormaliseerde prijs voor energie en voldoende dekking vanuit de jaarlijkse loon- en prijscompensatie.
Voor 2023 is een bedrag van € 4,6 mln. aan fusie kosten begroot waarvan ROC Friese Poort 50% heeft opgenomen (€ 2,3 mln.) en Friesland College de overige 50%. Een aanzienlijk deel van deze fusiekosten is gerelateerd aan de implementatie van de nieuwe (Firda) huisstijl. Daarnaast zijn extra kosten voorzien voor projectleiders en consultants met betrekking tot de integratie van processen en systemen en voor eigen medewerkers die tijdelijk voor aan de fusie gerelateerde projecten worden ingezet.
In 2025 en 2026 verwachten we een toename van de afschrijvingskosten als gevolg van de geplande investeringen in nieuwe onderwijsgebouwen. Tevens gaan we vaker onderwijslocaties huren zodat we meer flexibel worden. Dit leidt tot een toename van de huurlasten waardoor de kostenpost huisvesting vanaf 2025 zal gaan toenemen. In 2025 en 2026 zal een deel van de stijging van huisvestingkosten worden opgevangen vanuit de algemene reserves waardoor de verwachte resultaten in die jaren licht negatief zullen zijn.
Aan de batenkant zien we een gestage afname van de rijksbekostiging. Dit is het gevolg van een de krimp in studentenaantallen door een afnemende instroom vanuit het voortgezet onderwijs. Om deze ontwikkeling te beheersen maken we gebruik van een strategisch personeelsplan en een strategisch huisvestingsplan. Met behulp van deze twee instrumenten en onze planning en control cyclus zijn we in staat om jaarlijks onze personele en materiele lasten in lijn te brengen met de rijksbijdragen.
Ontwikkeling studentenaantallen
Het aantal studenten is in het schooljaar 2022-2023 met 4,5% afgenomen t.o.v. het schooljaar daarvoor. De daling zit volledig bij de BOL-opleidingen en is in lijn met de landelijke trend. Er is sprake van een verhoogde uitstroom van studenten als gevolg van de sterke arbeidsmarkt en omdat er tijdens corona juist meer studenten doorstudeerden. Voor de komende jaren verwachten we een gemiddelde afname van 2% in de BOL in lijn met de demografische ontwikkelingen.
| Studentenaantal bekostigd per 1/10 | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| BOL | 10.653 | 9.981 | 9.750 | 9.560 | 9.350 | 9.165 | 8.980 |
| BBL | 4.269 | 4.411 | 4.440 | 4.500 | 4.560 | 4.640 | 4.720 |
| Totaal | 14.922 | 14.392 | 14.190 | 14.060 | 13.910 | 13.805 | 13.700 |
| Gewogen | 12.361 | 11.745 | 11.530 | 11.360 | 11.170 | 11.020 | 10.870 |
De BBL voor schooljaar 2022-2023 laat een lichte groei zien. De verwachting is dat deze groei zal aanhouden door een toename van het aantal volwassen studenten (23 jaar en ouder). Als gevolg van de grillige ontwikkeling van de arbeidsmarkt is het lastig om een goede prognose voor de BBL te geven. De omvang van onze flexibele personele schil biedt voldoende ruimte om een mogelijke daling te kunnen opvangen, zonder dat dit een grote invloed heeft op onze resultaten.
Formatieontwikkeling
In 2022 en 2023 is er sprake van een stijging van het aantal medewerkers vanwege de inzet van de extra NPO-middelen. De gehele uitbreiding van deze formatie is op basis van tijdelijke contracten. Dit zien we terug in de stijging van het aandeel tijdelijke contracten van 15% in 2020 naar 23% in 2022. Deze extra inzet in verband met NPO loopt door tot halverwege 2023 (schooljaar 2022-2023). De niveau 2 middelen zijn in 2022 niet ingezet, maar zullen naar verwachting in 2023 worden ingezet bij contracten die doorlopen maar waarbij NPO-middelen wegvallen.
| Kengetal excl. Bedrijfsopleidingen | Realisatie 2020 | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| Personele bezetting in fte | ||||||||
| Bestuur & directie | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 |
| Onderwijzend personeel | 842 | 882 | 905 | 899 | 866 | 841 | 829 | 821 |
| Ondersteunend personeel | 359 | 349 | 361 | 360 | 352 | 344 | 341 | 339 |
| Totaal personeel | 1.210 | 1.240 | 1.275 | 1.268 | 1.227 | 1.193 | 1.178 | 1.169 |
| Percentage onderwijzend personeel | 69,6% | 71,1% | 71,0% | 70,9% | 70,6% | 70,4% | 70,3% | 70,2% |
| Soort dienstverband | ||||||||
| Onbepaalde tijd (vast) | 1.029 | 1.001 | 978 | 974 | 971 | 967 | 978 | 922 |
| Bepaalde tijd (tijdelijk) | 172 | 225 | 279 | 277 | 245 | 215 | 189 | 234 |
| Declaranten | 9 | 14 | 18 | 17 | 11 | 11 | 12 | 13 |
| Totaal personeel | 1.210 | 1.240 | 1.275 | 1.268 | 1.227 | 1.193 | 1.178 | 1.169 |
| Vast (%) | 85% | 81% | 77% | 77% | 79% | 81% | 83% | 79% |
| Tijdelijk (%) | 15% | 19% | 23% | 23% | 21% | 19% | 17% | 21% |
Vanaf 2023 neemt de beschikbare reguliere formatie af als gevolg van een daling in de rijksbijdrage. De afname van het aantal medewerkers is te realiseren door natuurlijk verloop, aangezien de geplande uitstroom hoger is dan de afbouw die nodig is als gevolg van de krimp. Dit komt doordat een relatief groot deel van onze medewerkers 58 jaar of ouder is. Het is onze ambitie om de komende jaren minimaal 70% van de beschikbare formatie in te zetten op onderwijzend personeel gerelateerde functies.
Ons strategisch personeelsplan geeft inzicht in de samenstelling en omvang van onderwijsteams en de verwachte formatie per domein. Het plan beschrijft hoe we op de lange termijn over voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers kunnen beschikken, rekening houdend met de ontwikkelingen binnen de domeinen. In het plan wordt de veranderende wet- en regelgeving meegenomen, evenals het stimuleren van de mobiliteit en het vormgeven van Opleiden in de School.
Ontwikkeling huisvesting
Voor de huisvesting van het onderwijs is in 2021 het strategisch huisvestingsplan 2020-2030 geactualiseerd. Dit huisvestingsplan staat in het teken van enkele grote nieuwbouw- en installatieprojecten in Leeuwarden, Drachten en op Urk. Dit programma betreft een investering van circa € 30 mln. plus een verhoging van de huurlast als gevolg van de nieuwe locatie Cambuurstadion (Leeuwarden). De significante (> € 1,0 mln.) voorgenomen investeringen zijn:
- De sloop en nieuwbouw van gebouw D in Drachten in 2024, inclusief aanpassing buitenterrein € 21,4 mln.
- Sloop van een deel van het oude schoolgebouw Wilaarderburen in Leeuwarden in 2024 en herinrichting van het bestaande gebouw en terrein in totaal € 2,2 mln.
- Het verbeteren van de klimaatbeheersing Wilaarderburen in Leeuwarden in 2024 € 4,1 mln.
- Bouw van een maritiem trainingscentrum op in 2023 Urk € 1,9 mln.
Voor alle plannen is een financiële doorrekening op lange termijn gemaakt. De effecten hiervan zijn opgenomen in de meerjarenraming. Daarbij is er sprake van een mate van onzekerheid doordat de bouwkosten de afgelopen periode sterk zijn toegenomen. Door de lange ontwikkeltijd van grote projecten kan er een aanzienlijk verschil zitten tussen de kostenraming bij de business case en de offertes bij het aanbesteden van een project. Bijgaande projecten zijn gebaseerd op het prijspeil van medio 2022.
Het is onze ambitie om in 2030 een 100% energie neutrale organisatie te zijn. Naast het terugbrengen van de reisbewegingen van onze medewerkers om CO2 uitstoot te beperken sturen we bij nieuw- en verbouw van schoolgebouwen op maximaal reduceren en vervolgens op compenseren.
Solvabiliteit, liquiditeit en signaleringswaarde eigen vermogen
De solvabiliteit blijft de komende jaren stabiel. De investeringen in huisvesting worden betaald uit de liquide middelen waardoor de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal niet significant wijzigt. Door de investeringen zal de liquiditeit dalen van 2,2 in 2022 naar 1,3 in 2026 waarna deze stabiliseert. Hiermee blijft de liquiditeit boven de norm van 1,0 waar ROC Friese Poort op stuurt. Binnen het eigen vermogen loopt de bestemmingsreserve NPO af in 2023. Er is sprake van beperkte afname in huisvestingsreserve als gevolg van investeringen in gebouwen. Als gevolg van de extra fusiekosten daalt in 2023 de algemene reserve. Vanaf 2024 blijft deze stabiel.
Solvabiliteit en liquiditeit
| Bedragen * € 1 miljoen Per 31-12 |
Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Begroting 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| Debet | |||||||
| Vaste activa | 76,0 | 74,4 | 74,2 | 73,5 | 85,4 | 92,3 | 90,8 |
| Liquide middelen | 38,7 | 43,6 | 41,0 | 41,7 | 29,2 | 21,8 | 19,8 |
| Vorderingen + Voorraden | 3,8 | 10,7 | 4,0 | 3,9 | 3,9 | 3,8 | 4,8 |
| Totaal debet | 118,5 | 128,7 | 119,1 | 119,1 | 118,5 | 117,9 | 115,4 |
| Credit | |||||||
| Eigen vermogen | 88,9 | 92,0 | 86,0 | 86,0 | 85,5 | 85,0 | 85,5 |
| Voorzieningen | 9,2 | 11,9 | 12,2 | 12,4 | 12,6 | 12,8 | 10,1 |
| Langlopende schulden | 0,2 | 0,2 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Kortlopende schulden | 20,2 | 24,6 | 20,8 | 20,6 | 20,3 | 20,0 | 19,7 |
| Totaal credit | 118,5 | 128,7 | 119,1 | 119,1 | 118,5 | 117,9 | 115,4 |
| Kengetallen | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| Solvabiliteit 1 | 75,0% | 71,5% | 72,2% | 72,2% | 72,2% | 72,1% | 74,1% |
| Liquiditeit | 2,1 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 1,6 | 1,3 | 1,2 |
| Rentabiliteit | 5,1% | 2,3% | -4,4% | 0,0% | -0,4% | -0,4% | 0,4% |
| Singaleringswaarde bovenmatig EV | 82,8% | 85,4% | 74,5% | 77,1% | 71,7% | 67,2% | 67,2% |
Om een beter inzicht te krijgen in mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen gebruikt de inspectie van het onderwijs sinds 2020 een signaleringswaarde. Op basis van de berekening kan er bij ROC Friese Poort sprake zijn bovenmatig vermogen indien het publieke eigen vermogen hoger is dan € 94.2 mln. Het publieke eigen vermogen kwam in 2022 uit op € 88,1 mln. Ons eigen vermogen ligt daarmee onder de signaleringswaarde. Het verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen van € 92,3 mln. en ons publieke eigen vermogen van € 88,1 mln. is het eigen vermogen van € 4,2 mln. van de BV Bedrijfsopleidingen.
Fusie
Per 1 januari 2023 zijn ROC Friese Poort en Friesland College bestuurlijk gefuseerd tot Firda. De continuïteitsparagraaf in het bestuursverslag van zowel ROC Friese Poort als Friesland College zijn geschreven vanuit het gezichtspunt dat op 31-12-2022 de twee scholen nog niet gefuseerd zijn. Derhalve wordt In deze paragraaf de opgetelde meerjarenraming van de twee scholen toegelicht. De verwachte financiële effecten van de fusie die daarin nog niet zijn opgenomen, worden tekstueel toegelicht.
Exploitatiebegroting Firda
| Exploitatie Firda (* € 1 mln.) | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Begroting 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| Rijksbijdragen | 220,7 | 223,5 | 212,6 | 207,6 | 204,8 | 201,7 | 199,3 |
| Ov. overheidsbijdragen | 2,8 | 3,2 | 3,3 | 3,2 | 3,0 | 2,8 | 2,6 |
| Cursus en examengelden | 2,2 | 2,1 | 3,2 | 3,2 | 3,1 | 3,0 | 2,9 |
| Baten i.o.v. derden | 9,8 | 11,3 | 12,1 | 10,9 | 11,0 | 11,0 | 11,0 |
| Overige baten | 4,0 | 5,1 | 3,6 | 3,5 | 3,4 | 3,4 | 3,4 |
| Totaal baten | 239,5 | 245,2 | 234,8 | 228,4 | 225,3 | 221,9 | 219,2 |
| Personeel | 182,6 | 192,8 | 189,5 | 179,6 | 177,0 | 174,5 | 172,7 |
| Afschrijvingen | 12,2 | 11,7 | 11,1 | 11,2 | 11,5 | 11,7 | 11,6 |
| Huisvesting | 13,8 | 14,3 | 19,0 | 16,6 | 16,5 | 15,9 | 15,9 |
| Overig | 20,5 | 24,2 | 26,1 | 21,5 | 20,6 | 19,5 | 18,8 |
| Totaal lasten | 229,0 | 243,0 | 245,7 | 228,8 | 225,6 | 221,6 | 218,9 |
| Financiële baten en lasten | -0,6 | -0,3 | -0,6 | -0,5 | -0,4 | -0,3 | -0,3 |
| Resultaat voor belasting | 9,9 | 1,9 | -11,5 | -0,9 | -0,7 | 0,0 | 0,0 |
| Belastingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Netto resultaat | 9,9 | 1,9 | -11,5 | -0,9 | -0,7 | 0,0 | 0,0 |
In bovenstaande meerjarenraming zijn de verwachte resultaten van ROC Friese Poort en Friesland College samengevoegd. In de resultaatontwikkeling zijn de kosten van de fusie meegenomen. Dit betreft onder andere de kosten voor de integratie van alle processen en systemen, de implementatie van de nieuwe naam en huisstijl en de externe kosten van de fusiebegeleiding. De fusiekosten, samen met de sterk toegenomen kosten voor energie, verklaart voor het grootste deel het negatieve begrote resultaat over 2023 van -€ 11,5 mln.
In bovenstaande meerjarenraming zijn niet alle verwachte effecten van de fusie verwerkt omdat deze bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023 nog niet voldoende inzichtelijk waren. In de loop van 2023 wordt de eerste gezamenlijke kaderbrief opgesteld en wordt het Firda koersplan 2024-2027 gedefinieerd. Na de zomer volgt tevens het nieuwe strategische huisvestingsplan. Op basis van deze beleidskaders wordt in het najaar van 2023 een Firda financiële meerjarenraming voor 2024-2027 opgesteld. Daarbij spelen drie thema’s een belangrijke rol.
- De synergie effecten van de fusie.
- De integratie van de opleidingen in Leeuwarden.
- De ontwikkeling van de huisvestingskosten.
Door het samenvoegen van de centrale ondersteunende diensten ontstaan synergie voordelen. Dit heeft betrekking op zowel de formatie als de materiele kosten (inkoop schaalvoordelen). De verwachte synergievoordelen van de fusie zullen onder andere worden gebruikt om het opleidingsportfolio van Firda te versterken. Deze financiële impuls is gericht op de MBO Colleges die gesitueerd zijn aan de randen van ons verzorgingsgebied om mbo-onderwijs zo toegankelijk mogelijk te houden voor onze studenten. De verwachting is dat de financiële synergievoordelen en de extra uitgaven over een reeks van jaren met elkaar in balans zullen zijn. Echter de timing van de uitgaven over de jaren heen zal verschillen. De focus van de extra onderwijsuitgaven ligt op 2024 en 2025, het beoogde synergievoordeel wordt met name verwacht in 2025 en 2026 doordat we deze realiseren als gevolg van het niet vervangen van medewerkers bij natuurlijk verloop.
Door de fusie ontstaat in Leeuwarden een overlap aan opleidingen. De komende jaren zullen deze opleidingen met elkaar gaan integreren. Voor deze integratie en de ambities m.b.t. tot de diverse opleidingsdomeinen is extra formatie nodig voor de onderwijsteams en zal ondersteuning nodig zijn voor de begeleiding van dit integratieproces. De kosten van dit ontwikkelfonds zullen gedekt gaan worden uit de reserves.
Naast de effecten van de fusiekosten en het ontwikkelfonds streeft Firda vanaf 2026 naar een sluitende begroting. Uitzondering op dit uitgangspunt zijn de huisvestingskosten. Bij de huisvestingskosten zien we een forse toename van de kosten van nieuwbouw en groot onderhoud. Deze toename ligt hoger dan de jaarlijkse loon- en prijscompensatie. Een tweede ontwikkeling zijn de toenemende eisen die vanuit wetgeving worden gesteld aan duurzaamheid. Als gevolg hiervan verwachten we een stijging van de huisvestingskosten die niet voldoende kan worden goedgemaakt door lagere exploitatielasten. Tenslotte verwachten we, tijdelijk, extra huisvestingskosten als gevolg van de integratie van opleidingen, met name in Leeuwarden. Ons beleid is dat de kostenstijging m.b.t. huisvesting slechts beperkt invloed mag hebben op de beschikbare formatie van de onderwijsteams. Om die reden verwachten we vanaf 2026 een negatief regulier exploitatie resultaat. De omvang daarvan zal in het najaar van 2023 worden bepaald aan de hand van het nieuw vast te stellen strategisch huisvestingsplan.
Balans en kengetallen Firda
| Balans Frida per 31-12 (* € 1 mln.) | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Begroting 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| Debet | |||||||
| Vaste activa | 126,5 | 120,4 | 118,3 | 116,2 | 126,9 | 132,9 | 130,4 |
| Liquide middelen | 62,1 | 65,7 | 57,6 | 58,6 | 45,9 | 39,2 | 36,2 |
| Vorderingen + Voorraden | 7,4 | 15,4 | 11,5 | 11,4 | 11,4 | 11,3 | 12,1 |
| Totaal debet | 196,0 | 201,5 | 187,4 | 186,2 | 184,2 | 183,4 | 178,6 |
| Credit | |||||||
| Eigen vermogen | 132,9 | 134,7 | 123,2 | 122,3 | 121,6 | 121,6 | 121,7 |
| Voorzieningen | 13,6 | 16,3 | 16,4 | 16,7 | 16,9 | 17,1 | 14,4 |
| Langlopende schulden | 10,1 | 8,3 | 5,8 | 5,4 | 4,4 | 3,7 | 2,9 |
| Kortlopende schulden | 39,4 | 42,0 | 41,9 | 41,7 | 41,3 | 41,0 | 39,7 |
| Totaal credit | 196,0 | 201,5 | 187,4 | 186,2 | 184,2 | 183,4 | 178,6 |
| Kengetallen | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Prognose 2023 | Prognose 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
| Solvabiliteit 1 | 67,8% | 66,8% | 65,8% | 65,7% | 66,0% | 66,3% | 68,1% |
| Liquiditeit | 1,8 | 1,9 | 1,6 | 1,7 | 1,4 | 1,2 | 1,2 |
| Rentabiliteit | 4,1% | 0,8% | -4,9% | -0,4% | -0,3% | 0,0% | 0,0% |
| Signaleringwaarde EV | 74,6% | 76,3% | 71,9% | 72,6% | 72,2% | 72,3% | 72,4% |
De nieuwe stichting Firda is een financieel gezonde school per 31-12-2022. De solvabiliteit ligt op 67% en met 66 miljoen euro in kas is er sprake van een gezonde liquiditeit van 1,9. We voorzien de komende jaren slechts een geringe daling van de solvabiliteit. Met betrekking tot liquiditeit streeft Firda naar een ratio van 1,0 of hoger. We gaan ervan uit dat we de komende jaren onze investeringen in huisvesting met eigen middelen financieren. Hierdoor zal de liquiditeit afnemen tot 1,2 en daarna stabiel blijven.
Treasurybeleid
Ons Treasurystatuut voldoet aan de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 voor onderwijs en onderzoek’. Ons beleid is gericht op het waarborgen van de financiële continuïteit, het minimaliseren van de rentekosten en optimaliseren van de rentebaten. In 2022 zijn geen nieuwe leningen en/of derivaten afgesloten. Ultimo 2022 staat een lening uit van € 0,2 mln. Begin 2023 heeft Firda een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld wat in lijn is met het vorige treasurystatuut van zowel ROC Friese Poort en Friesland College.
Sinds 2020 maakt ROC Friese Poort gebruik van schatkistbankieren. Hierdoor is negatieve rente op onze liquide middelen voorkomen en kunnen we, indien gewenst, de komende jaren tegen gunstige condities leningen aantrekken. Dit zal de komende jaren gecontinueerd worden. Vanaf het 4e kwartaal 2022 wordt weer rente vergoed op bankrekeningen die lopen via schatkistbankieren. De ontvangen rente over dit 4e kwartaal bedroeg € 0,2 mln. Ultimo 2022 waren geen bedragen vastgezet op deposito.
Er wordt jaarlijks een kasstroomprognose opgesteld voor meerdere jaren. Gedurende het jaar wordt deze prognose periodiek beoordeeld en geactualiseerd. Op lange termijn verwachten we additionele investeringen als gevolg van ons strategisch huisvestingsplan. De huidige liquiditeit is ruim voldoende om deze investeringen de komende jaren met eigen middelen te financieren.
Intern beheersingssysteem en compliance
We kennen een planning & control cyclus voor het bewaken van onze doelstellingen en de bedrijfsvoering. Externe controle vindt plaats door de Onderwijsinspectie en door een externe accountant. Intern sturen we aan de hand van de jaarlijkse kaderbrief en de prestatiekaart met de belangrijkste prestatie-indicatoren. In een 4-maandelijkse monitoringcyclus wordt de voortgang gevolgd en wordt eventueel bijgestuurd. Om de kwaliteit van het onderwijs te borgen worden intern, maar ook met behulp van zogenaamde peer reviews, audits uitgevoerd door de auditoren van de dienst onderwijs en kwaliteit. De beheersing van de bedrijfsvoering is ook geborgd in de 4-maandelijkse monitoringscyclus.
De internal audit functie voor de bedrijfsvoering toetst, anders dan de hierboven genoemde kwaliteit van het onderwijs, de kwaliteit van de interne beheersmaatregelen. Op grond van een risico-inventarisatie, die jaarlijks plaatsvindt, worden de prioriteiten en activiteiten bepaald en in het audit jaarplan vastgelegd. In 2022 is internal audit nauw betrokken geweest bij het in kaart brengen van de risico’s die te maken hebben met het fusieproces. Tegenover de risico’s werden de beheersmaatregelen in kaart gebracht en deze zijn gezamenlijk in de FER (fusie effect rapportage) opgenomen. Daarnaast is de kwaliteit van het proces van aanmelden tot en met een definitieve inschrijving onderzocht, waarbij ook de juistheid van de aantallen studenten gedurende het proces is beoordeeld. Acties uit eerdere audits, maar ook die uit de Management Letter, worden opgevolgd en regelmatig wordt de internal audit geraadpleegd als adviseur of sparring partner. In 2022 is eveneens een standaard opzet gemaakt m.b.t. autorisatieprofielen en functiescheiding. In 2023 is eveneens gestart met het maken van de inrichting van de autorisatieprofielen met als doel om systeemtechnische functiescheiding te bewerktstelligen. Daarnaast staan o.a. audits gepland voor inkoop- en contractmanagement alsmede continuïteitsmanagement en zal, net als in 2022, een controle op de bekostiging plaatsvinden.
Raad van Toezicht
De Auditcommissie heeft in 2022 de kaderbrief 2023, de meerjarenbegroting 2023 - 2026 en de jaarrekeningen 2021 van ROC Friese Poort en Bedrijfsopleidingen en de managementletter en accountantsverslag 2021 besproken ter voorbereiding op de bespreking in de Raad van Toezicht. Daarnaast is als gevolg van de fusie de geconsolideerde begroting van ROC Friese Poort en Friesland College voor 2023 besproken inclusief de risico’s die specifiek samenhangen met de fusie. De internal auditor is in de audit commissie geweest over zijn rol, de manier van werken en de belangrijkste risico’s van dit moment. De audit commissie heeft deelgenomen aan de Europese aanbesteding van de nieuwe accountant van Firda. Met ingang van verslaggevingsjaar 2023 wordt Deloitte de accountant van Firda.
Horizontaal Toezicht
We hebben een convenant met de Belastingdienst, waarbij op basis van begrip, transparantie en vertrouwen wordt samengewerkt. Naast het regulier jaarlijkse overleg is met de Belastingdienst overleg gevoerd over de gevolgen van de fusie. De intentie is om het horizontaal toezicht te continueren. Om te voldoen aan de aangescherpte richting rondom horizontaal toezicht wordt gewerkt aan het aanscherpen van het het internal taks control framework.
Met de Belastingdienst is overeenstemming bereikt over de wijze van vaststellen van de aftrek btw begrepen in de gemengde kosten. Dit heeft geleid tot een correctie van de aangiftes van de afgelopen jaren. Deze is naar beneden bijgesteld met € 0,1 mln. Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting van toepassing voor het onderwijs. De stichting ROC Friese Poort voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Dit geldt niet voor ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen BV, die als zodanige rechtspersoon vpb-plichtig is.
Belangrijkste risico’s en onzekerheden
Tijdens het opstellen van de begroting en de jaarverslaglegging worden de risico’s voor ROC Friese Poort beoordeeld. Voor een deel van de operationele en financiële risico’s wordt een financiële buffer (algemene reserve) aangehouden. Deze is beschreven in de jaarrekening en heeft geleid tot een benodigde risicobuffer van € 7,1 mln. ultimo 2022.
In 2022 is een nieuwe risico-inventarisatie verricht. Op basis van een risicoscore is onderstaande lijst met risico’s samengesteld in volgorde van belang (kans op risico versus impact van het risico). Van elk risico is aangeven wat de belangrijkste beheersmaatregelen zijn. De risico’s zijn op grond van hun aard aangemerkt als strategisch, financieel, naleving van wet- en regelgeving en reputatie (imago) dan wel een combinatie daarvan. Specifiek voor de fusie is begin 2022 een risico beheersplan opgesteld dat periodiek wordt gemonitord en wordt besproken in het fusie programmateam en met het College van Bestuur.
Overzicht risico’s en beheersmaatregelen
| Onderwerp | Risico | Beheersmaatregelen |
| Kwaliteit en veiligheid ICT (S + R) | ICT-infrastructuur en ICT-systemen steeds meer van strategisch belang. Kans op aanval van buitenaf. | • ICT-infra en servers uitbesteden aan gespecialiseerde dienstverleners. • Opzetten van normenkaders dienstverleners en het toetsen daarvan d.m.v. SLA Management • Betere inrichting logische toegangsbeveiliging (autorisatiematrices en functiescheiding) en inzetten op hoger volwassenheidsniveau Cyber Security • Intern én extern toetsen van onze kwetsbaarheid door bijvoorbeeld pentesten, peer reviews, “mistery guests” |
| Inkoop (F,N,R) | Niet voldoen aan de Europese Aanbestedingswet en het niet doelmatig inzetten van middelen | • Het inkoopbeleid is aangescherpt • De functie van contractbeheer is geïmplementeerd • Er is een gezamenlijke inkoopkalender van Friese Poort en Friesland College |
| Gekwalificeerd personeel (S) | Onvoldoende kwalitatief personeel in krappe arbeidsmarkt. | • Strategische personeelsplanning krijgt een meer kwalitatieve invulling, waarbij toekomstige personeelsbehoefte, natuurlijk verloop en nieuwe instroom een plek krijgen • Aantrekken zij-instromers en faciliteren van het behalen van hun PDG • Werken aan duurzame inzetbaarheid (Huis van Werkvermogen) |
| Macro-economie en geopolitiek (S,F) | Het risico dat door gebeurtenissen in de wereld (pandemie, oorlog, schaarste etc.) de kwaliteit van onderwijs én de continuïteit in gevaar komt | • Inzetten op risicomanagement (o.a. risk assessments, risicobewustzijn), Digitale weerbaarheid, continuïteitsmanagement, crisismanagement, SLA / leveranciersmanagement • Inzetten op peer reviews en pentesten uitvoeren om de kwetsbaarheid te testen |
| Management Rapportages (F,S) | Geen juiste beslissingen, doelen worden niet gerealiseerd omdat kwaliteit management rapportages onvoldoende is | • Governance organiseren m.b.t. datakwaliteit en uniformiteit. Door middel van diverse projecten (o.a. project datawarehouse en archivering) • Implementeren centraal loket en proces voor aanvragen m.b.t. nieuwe informatiebehoeften |
| Verduurzaming (F) | Het risico dat klimaatdoelstellingen niet worden gehaald of te kostbaar worden | • Eigenaarschap duurzaamheid borgen • Duurzaamheidsambities integreren in strategisch huisvestingsplan en MJOP • Gebruik maken van stimuleringsfondsen en subsidieregelingen |
| Fusie (S,F,R) | Het risico dat proces en systeemintegratie het operationele proces belemmert of dat verschillen niet kunnen worden overbrugd | • Specifieke fusie overleg en besluitvormingsstructuur • Aanstelling kwartiermakers en werken aan onderlinge samenwerking en cultuur • Monitoren van opgestelde risico beheerplannen |
| Bekostiging (N+F) | Mislopen opbrengsten en niet voldoen aan wet- en regelgeving | • Optimaliseren proces en controlemechanismen (1e, 2e lijn) en de werking toetsen (3e lijn), door audits en steekproeven • Verdere digitalisering studentenadministratie proces, waardoor betere borging kwaliteit |
| Realiseren van minimaal de nullijn (F) | Onvoldoende aanpassing formatie bij teruglopen-de studentaantallen | • Sturen op inzet, vervanging en aanname van personeel m.b.v. goede managementinformatie • Formatieplanning meerdere jaren vooruit op onderwijsteamniveau. • In formatiemodel allocatie van lumpsum, en tijdelijke middelen apart bijhouden. |
| Samenwerkingsverbanden en verbonden partijen (N+R) | Onvoldoende inzicht en awareness m.b.t. samenwerkingsverbanden waardoor compliance is gevaar komt | • Actueel houden overzicht met samenwerkingsverbanden • Awareness vergroten • De coördinatie is belegd |
Tussen haakjes is de aard van het risico aangegeven. Dit zijn: S = strategische risico’s (doelen halen), N = nalevingsrisico’s (wetten en regels), F = financiële risico’s (derven vermogen), R = reputatierisico’s (imago)