Spring naar inhoud

Financieel jaarverslag 2022

Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland

Geconsolideerde balans per 31 december 2022

Na resultaatbestemming

  Bedragen * € 1.000   31/12/2022   31/12/2021
1 Activa        
  Vaste activa        
1.1 Immateriële vaste activa 40   55  
1.2 Materiële vaste activa 74.395   75.908  
  Totaal vaste activa   74.435   75.963
  Vlottende activa        
1.5 Vorderingen 10.664   3.834  
1.7 Liquide middelen 43.587   38.656  
  Totaal vlottende activa   54.251   42.490
1 TOTAAL ACTIVA   128.686   118.453
           
2 Passiva        
2.1 Eigen Vermogen 92.030   88.909  
2.2 Voorzieningen 11.922   9.178  
2.3 Langlopende schulden 164   190  
2.4 Kortlopende schulden 24.570   20.176  
2 TOTAAL PASSIVA   128.686   118.453

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2022

  Bedragen * € 1.000 2022 Begroting 2022 2021
  Baten      
3.1 Rijksbijdragen 134.863 131.093 131.770
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 1.201 847 803
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 1.706 1.687 1.749
3.4 Baten werk in opdracht van derden 7.464 5.913 5.361
3.5 Overige baten 3.048 1.989 2.146
  Totaal baten 148.282 141.529 141.829
  Lasten      
4.1 Personeelslasten 114.821 112.258 106.867
4.2 Afschrijvingen 7.570 7.895 7.662
4.3 Huisvestingslasten 7.249 7.344 7.060
4.4 Overige lasten 15.650 14.027 12.942
  Totaal lasten 145.290 141.524 134.531
  Saldo baten en lasten 2.992 5 7.298
5 Financiële baten en lasten 164 -11 -15
  Resultaat 3.156 -6 7.283
6 Belastingen 35 0 5
  Nettoresultaat 3.121 -6 7.278

Geconsolideerd overzicht totaalresultaat over 2022

  Bedragen * € 1.000 2022 Begroting 2022 2021
  Geconsolideerd nettoresultaat na belastingen 3.121 -6 7.278
  Totaal van de rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen 0 0 0
  Totaalresultaat 3.121 -6 7.278

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2022

Bedragen * € 1.000 2022 2021
     
Kasstroom uit operationele activiteiten    
Saldo van baten en lasten 2.992 7.298
Aanpassingen voor:    
Afschrijvingen (1.1, 1.2 en 4.2) 7.570 7.662
Boekwinst op materiële vaste activa -88 -341
Toename voorzieningen (2.2) 2.744 741
  10.226 8.062
Veranderingen in werkkapitaal    
Afname vorderingen (1.5) -6.830 -803
Toename schulden (2.4) 4.598 1.699
  -2.232 896
Kasstroom uit bedrijfsoperaties 10.986 16.256
     
Ontvangen interest 174 0
Betaalde interest -10 -16
Betaalde belastingen 1 6
  165 -10
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten 11.151 16.246
     
Kasstroom uit investeringsactiviteiten    
Investeringen in materiële vaste activa (1.2) -6.926 -5.247
Desinvesteringen in materiële vaste activa (1.2) 732 747
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -6.194 -4.500
     
Kasstroom uit financieringsactiviteiten    
Aflossing langlopende schulden (2.3) -27 -27
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten -27 -27
     
Mutatie geldmiddelen 4.930 11.719

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 2022

Algemeen

Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland is statutair gevestigd op de Eenhoorn 4 in Leeuwarden en bij de Kamer van Koophandel geregistreerd onder nummer 41003498. Als gevolg van een juridische fusie is met ingang van 1 januari 2023 de naam van de stichting gewijzigd in Stichting voor Beroepsonderwijs, Volwasseneneducatie en Algemeen voortgezet onderwijs in Friesland en Flevoland. De stichting (hierna genoemd: ROC Friese Poort) heeft tot doel de oprichting en instandhouding van één of meer instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in Friesland en in Flevoland. Deze jaarrekening bevat de financiële informatie van zowel de stichting als haar geconsolideerde 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden. 

Toegepaste Standaarden

De geconsolideerde jaarrekening van de stichting is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW, de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 660 onderwijsinstellingen. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO).

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2022, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2022.

Continuïteit

De jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling. Op 1 januari 2023 heeft een juridische fusie plaatsgevonden die deze veronderstelling onderschrijft.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

Algemeen
Activa en passiva zijn opgenomen tegen historische kostprijs, tenzij anders staat vermeld in de verdere grondslagen.

ROC Friese Poort neemt een actief alleen in de balans op als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan ROC Friese Poort toekomen en de waarde ervan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Verplichtingen worden in de balans opgenomen als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.

Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen en niet op basis van voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten of economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezig, wordt dit feit vermeld.      

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta van de stichting is. Alle financiële informatie in de hoofdoverzichten is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal in euro’s. De financiële informatie in de toelichting is in hele euro’s weergegeven, tenzij in de toelichting anders vermeld.

GEBRUIK VAN SCHATTINGEN
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslag van personele voorzieningen is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen. De schattingen en veronderstellingen worden toegelicht bij de toelichting van de voorzieningen.

Consolidatie

Meerderheidsdeelnemingen en overige verbonden partijen waarover overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat, worden geconsolideerd. Overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan worden uitgeoefend doordat beschikt wordt over een meerderheid van stemrechten, meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kan benoemen of ontslaan of op enige andere manier de financiële en operationele activiteiten worden beheerst. Hierbij worden ook financiële instrumenten betrokken die potentiele stemrechten bevatten en zodanig kunnen worden uitgeoefend dat ze daardoor de stichting meer of minder invloed verschaffen.

In de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen de 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.

Hierbij is de integrale methode toegepast, waardoor activa, passiva en de baten en lasten voor 100% zijn meegenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Intercompany-transacties, resultaten en onderlinge vorderingen en schulden worden geëlimineerd.

De posten in de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld volgens uniforme grondslagen van waardering en resultaatbepaling van de groep.

VERGELIJKENDE CIJFERS
In 2022 is geen sprake geweest van herrubricering van vergelijkende cijfers over 2021.

FINANCIËLE INSTRUMENTEN
ROC Friese Poort kent de volgende financiële instrumenten: debiteuren en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen, crediteuren en overige schulden. Zij heeft geen afgeleide financiële instrumenten. Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

Bepaling reële waarde
De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van niet-beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen.

Debiteuren en overige vorderingen
Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dit gebeurt op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waarderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de staat van baten en lasten verwerkt.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de staat van baten en lasten verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Waarderingsgrondslagen balans

Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van de cumulatieve afschrijvingen en de bijzondere waardeverminderingen.

De verkrijgingsprijs bestaat uit de aanschafwaarde per 1 juli 2015 van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid (Goodwill).

De immateriële vaste activa wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur.

Voor goodwill wordt een afschrijvingstermijn van 10 jaar gehanteerd.

Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de stichting en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder het hoofd Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.

Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Bij materiele vaste activa geschiedt de waardering (ook na eerste verwerking) tegen kostprijs inclusief bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs van de activa die door de stichting in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa. Op de materiele vaste activa wordt lineair afgeschreven gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Overige onderhoudsuitgaven worden direct in de resultatenrekening verwerkt.

De componenten en afschrijvingstermijnen die Friese Poort onderkent zijn:

Component Afschrijvingstermijn in jaren
Terreinverharding 20
Bouwkundig 5-35
Schilderwerk 7
Dakbedekking 30
Vloeren (linoleum) 15
Plafonds 25
Liftinstallaties 15-25
Overige installaties 2-15

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde. Op overige inventaris en apparatuur wordt 6,7% - 33,3% per jaar afgeschreven. Op terreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

Schattingswijziging
In 2022 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden ten aanzien van de gebruiksduur van gebouw D te Drachten. Sloop van het gebouw was voorzien in 2022, echter deze is uitgesteld tot 2024 waarbij de afschrijvingstermijn overeenkomst is verlengd. Het effect hiervan in 2022 is € 0,2 mln.

In 2022 is de blijfkans van de voorziening seniorenverlof gesteld op 100% (2021: 80%) als gevolg van verduidelijking in wet- en regelgeving, waarbij indien het waarschijnlijk is dat een regeling blijft deze volledig moet worden opgenomen. De impact hiervan is € 1,2 mln. meer dotatie.

Bijzondere waardeverminderingen
Voor materiële- en immateriële vaste activa en deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de boekwaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.

Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies voor goodwill wordt niet teruggenomen in een volgende periode

Vervreemding van vaste activa
Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Financiële vaste activa
De 100% deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V in de enkelvoudige jaarrekening wordt gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van de stichting gehanteerd.

Bijzondere waardeverminderingen financiële activa
Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.

Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen die door de stichting worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen en beleggingen met vergelijkbare risicokenmerken.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de staat van baten en lasten. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft verantwoord worden via oprenting van het actief met de oorspronkelijke effectieve rente van het actief.

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten.

Onderhanden projecten
De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten (kosten die direct betrekking hebben op het project, kosten die toerekenbaar en toewijsbaar aan het project en andere kosten die contactueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend), toegerekende winst, verwerkte verliezen en reeds gedeclareerde termijnen.

De winstneming op en vaststelling van onderhanden projecten is gebaseerd op de percentage of completion methode. De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Voor zover noodzakelijk is bij de waardering van onderhanden projecten rekening gehouden met een voorziening voor verwachte verliezen. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Het bedrag van het verlies wordt bepaald ongeacht of het project reeds is aangevangen, het stadium van realisatie van het project of het bedrag aan winst dat wordt verwacht op andere, niet gerelateerde projecten.

Het saldo van alle onderhanden projecten wordt in één totaalbedrag in de balans gepresenteerd. Enerzijds een debetbedrag betreffende projecten waarvan de gerealiseerde projectkosten en toegerekende winst de gedeclareerde termijnen overtreffen, en anderzijds een creditbedrag betreffende projecten waarvan de waarde van de gedeclareerde termijnen en de verwerkte verliezen de gerealiseerde projectkosten en toegerekende winst overtreft

Vlottende activa
Vorderingen
De grondslag voor de waardering van vorderingen zijn beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten

Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Deze staan ter vrije beschikking, tenzij anders is vermeld.Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.

Saldering van financiële instrumenten
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Eigen vermogen
Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve, de publieke en private bestemmingsreserves gepresenteerd.

De algemene reserve staat ter  vrije beschikking van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht.  Reserves die aantoonbaar zijn opgebouwd uit private middelen worden als bestemmingsreserve privaat gerubriceerd.

Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
  • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
  • het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Indien de tijdswaarde van geld materieel is en de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt meer dan een jaar is, worden voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Dit is van toepassing op de jubileumvoorziening en voorzieningen duurzame inzetbaarheid. De rekenrente bedraagt 2% (U-rendement per 31-12-2022). Overige voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde gezien de tijdswaarde van geld voor deze voorzieningen niet materieel is, vanwege de kortlopende duur. 

Voorziening wachtgeld en voorziening WGA
Dit betreft de nominale waarde van de toekomstige te betalen uitkeringen aan medewerkers inzake wachtgeld en WGA in het kader van het eigen risico dragerschap van ROC Friese Poort. De voorziening WGA wordt gebaseerd op basis van een inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op de bekende WGA’ers en zieken op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.

Voorziening spaarverlof ADV
De voorziening spaarverlof ADV betreft een voorziening op basis van de spaarverlof ADV regeling. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst af te wikkelen spaarverloven. De berekening is gebaseerd op de gedane toezeggingen en blijfkansen van medewerkers.

Voorziening duurzame inzetbaarheid
De voorziening duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op de cao-afspraken inzake de regeling duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) en een ROC Friese Poort generatieregeling. Beide regelingen hebben het kenmerk van een voorziening met opbouw van rechten. Hierbij is rekening gehouden met de blijfkans, leeftijd en deelnamepercentages.

Jubileumvoorziening
De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige jubileumuitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband, en is grotendeels langlopend. De voorziening betreft de contante waarde van het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden.

Voorziening WAB tijdelijk contract
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. De voorziening is gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

Voorziening langdurig zieken
Per 1 januari 2022 is een voorziening gevormd voor verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid gedurende het dienstverband. De voorziening is gevormd voor personeelsleden die langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn door ziekte.

Overige personele voorziening
Deze voorziening is opgenomen bij de deelneming en betreft de feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan en is opgebouwd uit bedragen die worden uitgegeven voor de afvloeiing van werknemers.

Langlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofdstuk Financiële instrumenten.

Kortlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofdstuk Financiële instrumenten.

Grondslagen voor de bepaling van baten en lasten

Algemeen
Met inachtneming van het hiervoor genoemde worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen, voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel en er sprake is van bestedingsverplichtingen, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. Indien toegekende gelden betrekking hebben op een specifiek doel, maar geen sprake is van bestedingsverplichtingen, worden de ontvangen gelden als bate verantwoord in het jaar  waarop de gelden betrekking hebben, tenzij toerekening naar schooljaar plaats vindt (i.p.v. kalenderjaar) of sprake is van een concreet bestedingsplan voor de periode na balansdatum.

Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden als opbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van kosten van een actief worden  als vooruitontvangen bedrag onder de overlopende passiva opgenomen, en kunnen zowel een langlopend als kortlopend karakter hebben. Vrijval van deze subsidies wordt tijdsevenredig in de staat van baten en lasten verwerkt gedurende de gebruiksduur van het actief.

College-, cursus-, les- en examengelden
De college-, cursus-, les- en examengelden worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn gespreid.

Baten werk in opdracht van derden
Opbrengsten van werk in opdracht van derden (contractonderwijs) worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen voor een bedrag gelijk aan de kosten als vast staat dat deze kosten declarabel zijn. Een eventueel positief resultaat wordt genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de opdracht op verslagdatum (de zogeheten percentage of completion methode).

Overige bedrijfsopbrengsten
Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum.

Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingdienst en het pensioenfonds.

De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Onder personeelsbeloningen is inbegrepen: opbouw van rechten, personeelsregelingen en transitievergoedingen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Pensioenen
Stichting Friese Poort heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP op basis van het middelloonstelsel. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. De pensioenpremies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa als dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP per 31 december 2022 was 110,9% (2021: 110,6%). Dit is boven het wettelijk vereiste minimum van 104,2%. De risico’s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico’s komen niet tot uitdrukking in de balans. 

Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Financiële baten en lasten
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren. Agio, disagio en aflossingspremies worden verantwoord als rentelast in de periode waartoe zij behoren. De toerekening van deze rentelast en de rentevergoeding over de lening is de effectieve rente die in de staat van baten en lasten wordt verwerkt. In de balans is (per saldo) de amortisatiewaarde van de schuld(en) verwerkt. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het agio en de al in de  staat van baten en lasten verwerkte aflossingspremies worden verwerkt als verhoging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het disagio worden verwerkt als verlaging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben

Belastingen
Een groot deel van de activiteiten valt niet onder de vennootschapsbelastingplicht op basis van de activiteitentoets als de bekostigingseis van de subjectvrijstelling ex artikel 6b lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969. Alleen over activiteiten van Friese Poort Opleiding en Training B.V. is vennootschapsbelasting verschuldigd.

De vennootschapsbelasting betreft de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelasting. Deze wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten, het geldende belastingtarief en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Operational lease
Er is sprake van een aantal leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten zijn verantwoord als operational lease. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.

Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Toelichting op de geconsolideerde balans

Vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa 1.1.3 Goodwill
Aanschafwaarde 01-01-2022 158.381
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2022 -102.948
Boekwaarde 01-01-2022 55.433
Investeringen boekjaar 0
Desinvesteringen aanschafwaarde 0
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen 0
Afschrijvingen lopend jaar -15.838
Aanschafwaarde 31-12-2022 158.381
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2022 -118.786
Boekwaarde 31-12-2022 39.595

De goodwill betreft door ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid. De goodwill wordt in 10 jaar afgeschreven.

1.2. Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Terreinen 1.2.1 Gebouwen 1.2.2 Inventaris en apparatuur 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling Totaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2022 9.763.209 112.499.842 49.539.404 151.100 171.953.555
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2022 0 -60.681.690 -35.364.284 0 -96.045.974
Boekwaarde 01-01-2022 9.763.209 51.818.152 14.175.120 151.100 75.907.581
Investeringen boekjaar 333.307 1.497.555 4.305.945 549.226 6.686.033
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) -312.292 -1.304.540 -6.897.034 -151.100 -8.664.966
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 0 1.151.161 6.869.460 0 8.020.621
Afschrijvingen lopend jaar 0 -3.741.204 -3.813.194 0 -7.554.398
Aanschafwaarde 31-12-2022 9.784.224 112.692.857 46.948.315 549.226 169.974.622
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2022 0 -63.271.733 -32.308.018 0 -95.579.751
Boekwaarde ultimo boekjaar 9.784.224 49.421.124 14.640.297 549.226 74.394.871

1.2.1. Terreinen en gebouwen

In 2022 is € 1,8 mln. geïnvesteerd in terreinen en gebouwen. Hiervan bestaat € 1,2 mln. uit de aanschaf van de locatie Eeltjebaasweg te Sneek. Dit object werd tot het moment van aanschaf gehuurd. Daarnaast bestaat de post voor € 0,6 mln. aan verbeteringen aan gebouwen. 

De desinvesteringen op gebouwen en terreinen betreft de locatie Wetterwille te Drachten.

1.2.2. Inventaris en apparatuur

In 2022 is € 4,3 mln. (2021: € 3,7 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 2,2 mln. (2021: € 1,9 mln.) uitgegeven voor hard- en software, waarvan € 1,2 mln. aan laptops voor medewerkers, € 0,5 mln. aan smartboards en € 0,5 mln. aan met name overige audiovisuele apparatuur en smart devices. 

Daarnaast is € 0,9 mln. uitgegeven aan lesgebonden machines en € 1,2 aan meubilair, waarvan € 0,9 mln. aan lesgebonden meubilair en € 0,3 mln. aan kantoormeubilair.  

1.2.4. In uitvoering en vooruitbetaling

In 2022 is € 0,5 mln. in uitvoering en vooruitbetaald. Hiervan heeft € 0,3 mln. betrekking op gebouw D te Drachten, € 0,1 mln. op renovatie locatie Willaarderburen en € 0,1 mln. voor trainingscentrum Urk. 

1.2.5. WOZ-waarde en verzekerde waarde

De WOZ-waarde gebouwen en terreinen in bedraagt € 80,2 mln. (2021: € 74,0 mln). De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2022. Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2023 respectievelijk 2022. De verzekerde waarde gebouwen per 1 januari 2023 bedraagt € 213,1 mln. (2021: € 183,5 mln.).

Vlottende activa

1.5. Vorderingen

1.5 Vorderingen 31/12/2022 31/12/2021
1.5.1 Debiteuren algemeen 2.066.270 1.782.239
1.5.5 Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten 355.773 275.838
1.5.7 Overige vorderingen 6.790.065 654.969
1.5.8 Overlopende activa 1.635.451 1.306.260
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid -183.175 -185.174
1.5 Totaal vorderingen 10.664.384 3.834.132

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.

1.5.1 Debiteuren algemeen

Toename in debiteurensaldo van € 0,3 mln. wordt veroorzaakt door een in december 2022 verstuurde factuur van € 0,3 mln. met betrekking tot verrekening van fusiekosten met Friesland College. 

1.5.5. Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten

De vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten zijn gestegen met € 0,1 mln. omdat er over het schooljaar 2022/2023 volledig cursusgeld in rekening is gebracht. In schooljaar 2021/2022 is het wettelijke cursusgeld vastgesteld op 50% als coronamaatregel. 

1.5.7 Overige vorderingen

De overige vorderingen bestaan voor € 6,4 mln. aan nog te ontvangen resultaatafhankelijke kwaliteitsgelden. In 2021 zijn deze resultaatafhankelijke kwaliteitsgelden ontvangen in het boekjaar zelf. 

1.5.8. Overlopende activa

De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2022 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2023. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden.

1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid 31/12/2022 31/12/2021
  Stand per 1 januari -185.174 -266.958
  Onttrekking 71.592 69.581
  Dotatie / vrijval -69.593 12.203
1.5.9 Stand per 31 december -183.175 -185.174

De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten.

1.7. Liquide middelen

1.7 Liquide middelen 31/12/2022 31/12/2021
1.7.1 Kasmiddelen 455 2.367
1.7.2 Banken 43.586.325 38.653.947
1.7 Totaal liquide middelen 43.586.780 38.656.314

Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2022 € 42,8 mln. ondergebracht (2021: € 38,2 mln.). Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden en het saldo van de lopende rekeningen bij commerciële banken.

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.

Passiva

2.1. Eigen vermogen

Ultimo 2022 bedraagt het groepsvermogen € 92,0 mln. (2021: € 88,9 mln.).
Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.

2.2. Voorzieningen

2.2 Voorzieningen Stand per 01/01/2022 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Stand per 31/12/2022 Kortlopend deel (<1 jaar) Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar) Langlopend deel (> 5 jaar)
2.2.1 Personeelsvoorzieningen                
  Voorziening wachtgeld 151.000 102.000 73.000 65.000 115.000 92.000 23.000 0
  Voorziening spaarverlof ADV 17.000 0 3.000 0 14.000 3.000 11.000 0
  Voorziening WGA 2.673.000 435.000 476.000 0 2.632.000 272.000 1.039.000 1.321.000
  Voorziening duurzame inzetbaarheid 5.039.000 3.090.000 885.000 35.000 7.209.000 1.096.000 4.135.000 1.978.000
  Voorziening jubileum 1.250.535 118.958 118.660 0 1.250.833 88.000 511.736 651.097
  Voorziening WAB tijdelijk contract 44.000 185.000 190.000 0 39.000 0 0 39.000
  Voorziening langdurig zieken 0 661.000 0 0 661.000 281.000 380.000 0
  Voorziening overige personele voorzieningen 3.715 0 2.364 0 1.351 1.351 0 0
2.2.1 Totaal personeelsvoorzieningen 9.178.250 4.591.958 1.748.024 100.000 11.922.184 1.884.351 5.862.736 4.175.097

2.2.1. Personeelsvoorzieningen

De personele voorzieningen ultimo 2022 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract, langdurig zieken en overige personele voorzieningen.

De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2022 is deze verplichting opgenomen voor 9 wachtgelders (2021: 8), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2024 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.

Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.

De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (25; 2021: 21) en zieken (33; 2021: 8) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet. Zieken zijn per 2022 in de voorziening opgenomen indien zij langer dan 26 weken ziek zijn (2021: 52 weken) rekening houdend met een revalidatiekans.

Duurzame inzetbaarheid
In de CAO MBO 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.

De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.

Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2022 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 31,2% (2021: 29,0%).

Per 31 december 2022 maken 117 (2021: 108) medewerkers gebruik van het seniorenverlof, in fte 103,0 fte (2021: 95,2). Daarnaast maken 15 (2021: 20) medewerkers gebruik van de generatieregeling, in fte 13,8 (2021: 19,0).

Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,5%. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2% (actuele marktrente per 31-12-2022). In 2022 is de blijfkans van de regeling gesteld op 100% (2021: 80%) als gevolg van verduidelijking in wet- en regelgeving, waarbij indien het waarschijnlijk is dat een regeling blijft deze volledig moet worden opgenomen. De impact hiervan is € 1,2 mln. meer dotatie.

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,5% en een disconteringsrente van 2%. In 2022 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2021.

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2022 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

Per 2022 is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor de eerste twee ziektejaren van een werknemer, waarbij in lijn met de voorziening WGA, rekening is gehouden van een revalidatiekans van 100% voor personeel welke minder dan 6 maanden ziek is, 60% voor personeel dat 6 tot 12 maanden ziek is en 40% voor personeel dat langer dan 12 maanden ziek is. 

De voorziening overig betreft een reorganisatievoorziening in Friese Poort Opleiding & Training B.V.

2.3. Langlopende schulden

2.3 Langlopende schulden Stand 01/01/2022 > 1 jaar Reclassificatie naar de kortlopende schulden Stand 31/12/2022 > 1 jaar Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar Looptijd > 5 jaar
2.3.3 Kredietinstellingen 190.588 27.227 163.361 108.908 54.453
2.3 Totaal langlopende schulden 190.588 27.227 163.361 108.908 54.453

Onder kredietinstellingen is een lening van de BNG Bank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding.

De oorspronkelijke hoofdsom van de resterende lening bedraagt € 816.804. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan BNG Bank € 190.588 (2021: € 217.814). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 27.227), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1).

De rente van de leningen is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende lening bedraagt 4,73%. De reële waarde benadert de boekwaarde. Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een garantie door de Stichting Waarborgfonds MBO zoals omschreven in de niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen.

2.4. Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31/12/2022 31/12/2021
2.4.1 Kredietinstellingen 27.227 27.227
2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 2.972.994 2.454.457
2.4.3 Crediteuren 2.250.622 2.933.859
2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 3.332 0
  Omzetbelasting 0 0
2.4.7 Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 3.332 0
2.4.8 Schulden terzake van pensioenen 570 0
2.4.9 Overige kortlopende schulden 369.268 648.468
2.4.10 Overlopende passiva    
  Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden 455.413 288.980
  Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt 998.642 1.168.089
  Vooruitontvangen investeringssubsidies 2.526.720 2.777.094
  Vakantiegeld en -dagen 4.682.792 4.585.532
  Overig 10.282.199 5.272.085
2.4.10 Totaal overlopende passiva 18.945.766 14.091.780
2.4 Totaal kortlopende schulden 24.569.779 20.155.791

2.4.1. Kredietinstellingen

Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.

2.4.2. Vooruitgefactureerde en –ontvangen termijnen onderhanden projecten

Het per ultimo 2022 respectievelijk 2021 openstaand saldo onderhanden projecten van ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen bestaat uit gerealiseerde projectkosten, gedeclareerde termijnen en toegerekende winst.

2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 2022 2021
  Gerealiseerde projectkosten -1.625.232 -1.273.008
  Gedeclareerde termijnen 5.589.430 4.725.154
  Toegerekende winst -991.204 -997.689
2.4.2 Totaal onderhanden projecten 2.972.994 2.474.457

2.4.10. Overlopende passiva

De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 0,5 mln. (2021: € 0,3 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2022 zijn ontvangen voor het collegejaar 2022-2023. Het deel wat betrekking heeft op 2023 is in de balans opgenomen. 

De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.

In 2022 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gedaald naar € 1,0 mln. (2021: € 1,2 mln.). Dit wordt met name veroorzaakt doordat de coronasubsidieregeling begeleiding en nazorg met € 0,2 mln. is afgebouwd naar € 0,3 mln. (2021: € 0,5 mln.) en doordat de post Yacht Builders Academy is financieel afgewikkeld (2021: € 0,1 mln.). De post bestaat verder uit € 0,2 mln. tegemoetkoming opleidingsscholen (2021: € 0,2 mln.), subsidie zij-instromers € 0,3 mln. (2021: € 0,2 mln.) en studieverlof BVE € 0,2 mln. (2021: € 0,1 mln.). 

De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa en wordt gepresenteerd onder 3.1.2 toerekening investeringssubsidies OCW en 3.2.2 overige overheidsbijdragen. Van deze post heeft € 0,3 mln. een looptijd korter dan een jaar, € 1,1 mln. een looptijd langer dan één jaar maar korter dan vijf jaar en € 1,4 mln. een looptijd langer dan vijf jaar. De post bestaat uit een egalisatiereserve voor Gebouw Centrum Vakopleiding € 1,3 mln., Centrum Duurzaam Leeuwarden € 0,7 mln., Zorg en Welzijn Drachten € 0,3 mln., Flevoland Maritieme Campus Urk € 0,1 mln. en Gemeente NOP parkeerterrein € 0,1 mln. 

De post overig is gestegen met € 5,2 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door € 6,4 mln. nog te vorderen resultaat afhankelijke kwaliteitsgelden welke nog niet zijn besteed. In 2021 zijn deze in het kalenderjaar ontvangen. De overige € 0,2 mln. betreffen inkomende facturen welke in 2023 zijn ontvangen, maar betrekking hebben op 2022.  

Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.

Model G Verantwoording subsidies

G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule

Omschrijving Toewijzing   Prestatie afgerond
  Kenmerk Datum ja/nee/onderhanden
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2020-2021 1095163-2 10-15-2020 ja
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2021-2022 1183824-3 11-22-2021 onderhanden
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2022-2023 1284246-1 11-22-2022 onderhanden
Subsidie studieverlof BVE 2021 1165316-1 08-20-2021 onderhanden
Subsidie studieverlof BVE 2021 1177216-1 09-21-2021 ja
Subsidie studieverlof BVE 2022 1245467-1 05-20-2022 ja
Subsidie studieverlof BVE 2022 1278873-1 08-22-2022 onderhanden
Subsidie studieverlof BVE 2022 1285786-1 11-22-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2020 1078677-1 04-20-2020 ja
Subsidie zij-instroom 2020 1083320-1 06-22-2020 ja
Subsidie zij-instroom 2020 1097261-1 11-20-2020 ja
Subsidie zij-instroom 2020 11027212-1 11-30-2020 ja
Subsidie zij-instroom 2021 1154768-01 05-19-2021 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2021 1158927-01 06-22-2021 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2021 1160497-01 07-20-2021 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2021 1180538-01 10-20-2021 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2021 1183555-01 11-22-2021 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2021 1189577-01 12-21-2021 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100000099-1 02-22-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100000135-1 03-22-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100000140-1 04-15-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100000189-1 06-21-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100000232-1 08-22-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100000277-1 09-21-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100000596-1 11-22-2022 onderhanden
Subsidie zij-instroom 2022 100002865-1 12-20-2022 onderhanden
Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO DHBO019011 09- 3-2018 ja
Subsidie studieverlof instructeurs 2021 1176878-1 09-21-2021 ja
Subsidie studieverlof instructeurs 2022 100000248-1 08-22-2022 onderhanden
Extra begeleiding en nazorg mbo 2021-2022 EBEN21012 03-31-2021 ja
Nazorg mbo 2022-2023 NMBO22005 02-28-2022 onderhanden

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving Toewijzing   Bedrag toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Lasten t/m vorig verslagjaar Stand begin verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Lasten in verslagjaar Te verrekenen ultimo verslagjaar
  Kenmerk Datum              
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Noord OND/ODB-2016/17739 U 11-14-2016  1.446.040   1.446.040   1.445.639   401   401-    
Regionaal Investeringsfonds MBO RIF17018, Yacht Builders Academy 1190377 05-23-2017  789.324   789.323   714.324   74.999     74.999   
Totaal     2.235.364 2.235.363 2.159.963 75.400 -401 74.999  

De beschikbare subsidie YBA per 1/1/2022 van € 75.000 betrof een verwachte afrekening die in het G2 model is opgenomen, echter waarvan de afrekening op nihil is vastgesteld. Het bedrag is daarom in 2022 is vrijgevallen. 

G2-B Doorlopend tot in volgend verslagjaar

Gelden welke opgenomen moeten worden in model G2-B zijn in 2022 niet van toepassing. Uit verduidelijking in regelgeving is gebleken dat alleen de contactschool verantwoording af te leggen in model G2. ROC Friese Poort is geen contactschool van G2-middelen.

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Waarborgfonds MBO

ROC Friese Poort is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds MBO. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Ultimo 2022 heeft ROC Friese Poort één lening bij het fonds geborgd.

Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor ROC Friese Poort jaarlijks circa € 2,7 mln. (2021: € 2,6 mln.).

Huurverplichtingen

De huurverplichtingen die ROC Friese Poort op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, zijn als volgt: € 1.373.000 huurverplichting in 2023, € 6.921.000 huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar € 14.144.000 huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar.

De huurverplichting bestaat uit:

- € 16.650.000 uit de huur van ruimte in het nieuw te bouwen Cambuurstadion in Leeuwarden. De huur van units A en B bedraagt € 570.000 per jaar en geldt van 1 mei 2024 tot en met 30 april 2034. De huur van unit C bedraagt € 730.000 en geldt van 1 mei 2024 tot en met 30 april 2039. 1 mei 2024 betreft de verwachte opleverdatum. Bij een eventueel latere oplevering verschuift de ingangsdatum van het huurcontract.

- € 3.530.000 uit de huur van ruimte van Ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten over de periode 1 november 2022 t/m 30 november 2037;

- Overige huurverplichtingen groter dan € 0,1 mln. zijn: € 648.000 uit de huur van Burgermeester Wuiteweg in Drachten tot en met 31 juli 2026, Martiniplein te Sneek € 592.000 tot en met 31 augustus 2024, Eenhoorn te Leeuwarden € 472.000 tot en met 31 juli 2025, Zuiderbuurt te Drachten € 225.000 tot en met 31 januari 2027 en Zaailand te Leeuwarden € 180.000 tot en met 28 februari 2024.

Bankgarantie

Zoals onder 1.7 Liquide middelen reeds is vermeld, is voor een bedrag van € 82.333 aan bankgaranties afgegeven. Dit betreffen bankgaranties inzake huurverplichtingen jegens Apleona Real Estate B.V. te Utrecht voor de huur van ruimten in winkelcentrum Zaailand. De huurverplichtingen van Zaailand 137-173 lopen tot 31 augustus 2023.

Overige operational leaseverplichtingen

Voor twee personenauto’s en kantoormeubilair zijn operational leasecontracten afgesloten. De aangegane leaseverplichtingen bedragen € 38.000 in 2023, € 87.000 voor de jaren 2024-2027 en € 2.000 vanaf 2028.

Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten

Baten

3.1 Rijksbijdragen

3.1 Rijksbijdrage sector BVE 2022 Begroting 2022 2021
  Vergoeding studenten 78.971.389 76.310.858 76.969.737
  Vergoeding diploma's 19.605.890 17.838.649 17.161.575
  Vergoeding Passend Onderwijs 1.875.354 1.816.207 1.805.536
  Huisvestingsvergoeding 7.024.510 6.711.777 6.529.659
  Vergoeding Entree 6.881.406 6.663.122 5.758.058
  Nationaal Programma Onderwijs 5.800.000 5.408.000 4.599.882
  Overgangsbekostiging (extern) 0 0 -41.365
  Inhouding cursusgelden -2.099.812 -2.160.231 -2.208.148
3.1.1 Totaal Rijksbijdrage OCW 118.058.737 112.588.382 110.574.934
  Geoormerkte OCW subsidies 1.564.975 2.151.818 5.361.430
  Niet-geoormerkte OCW subsidies 15.237.584 16.353.279 15.816.510
  Toerekening investeringssubsidies OCW 1.857 0 16.933
3.1.2 Totaal overige subsidies OCW 16.804.416 18.505.097 21.194.873
3.1 Totaal Rijksbijdrage 134.863.153 131.093.479 131.769.807

3.1.1. Rijksbijdrage OCW

De rijksbijdrage bestaat uit de vergoeding voor deelnemers, diploma’s, passend onderwijs, huisvesting, entree en overgangsbekostiging. De inhouding cursusgelden betreffen de aan het ministerie af te dragen cursusgelden. De rijksbijdrage is € 7,5 mln. gestegen ten opzichte van 2021 als gevolg van mutaties in aantallen studenten en diploma's, loon- en prijsbijstelling, meer toegekende NPO-gelden en twee geldstromen welke er voorgaand jaar niet waren: loopbaan oriëntatie en begeleiding en uitkering stroppenpot OCW. De afwijking ten opzichte van de begroting is als volgt: de rijksbijdragen is € 5,5 mln. hoger ten opzichte van de begroting, waarvan € 0,4 mln. door ontvangen gelden in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs, € 3,7 mln. door loon- en prijsbijstelling en € 1,1 mln. extra toegekende lumpsumgelden waaronder loopbaan oriëntatie en begeleiding en uitkering stroppenpot OCW. 

3.1.2. Overige subsidies OCW

Een overzicht van de besteding van geoormerkte subsidies is terug te vinden onder 2.4.10. overlopende passiva (Model G).

3.4 Baten werk in opdracht van derden

3.4 Baten werk in opdracht van derden 2022 Begroting 2022 2021
3.4.1 Contractonderwijs 5.904.732 5.183.986 4.547.149
3.4.3 Overige baten werk in opdracht van derden 1.559.099 728.500 813.867
3.4 Totaal baten werk in opdracht van derden 7.463.831 5.912.486 5.361.016

3.4.1/3.4.3 Baten werk in opdracht van derden

De omzet contractonderwijs binnen ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen ligt € 1,4 mln. hoger dan in 2021 en € 0,7 mln. hoger dan begroot. Het aantrekken van omzet contractonderwijs is het gevolg van beëindiging van corona maatregelen. 

De stijging in overige baten van € 0,8 mln. ten opzichte van begroting en € 0,7 mln. ten opzichte van 2021 wordt veroorzaakt door meer omzet vanuit internationalisering, ook met name als gevolg van beëindiging van corona maatregelen. 

3.5 Overige baten

3.5 Overige baten 2022 Begroting 2022 2021
3.5.1 Verhuur 49.433 36.000 51.903
3.5.2 Detacheringen personeel 480.811 255.837 386.368
3.5.4 Sponsoring 1.800 0 2.000
3.5.5 Verkopen kantine 566.793 381.000 421.609
  Studentenbijdragen 918.022 906.500 894.065
  Boekwinst activa 604.816 0 6.135
  Overige 426.407 409.700 384.410
3.5.6 Totaal overige 2.516.038 1.697.200 1.706.219
3.5 Totaal overige baten 3.048.082 1.989.037 2.146.490

De overige baten zijn € 0,9 mln. hoger dan voorgaand jaar en € 1,0 mln. hoger dan begroot. Dit wordt voor € 0,6 mln. veroorzaakt door boekwinst op verkoop gebouwen en terreinen Wetterwille te Drachten. Het overige deel wordt veroorzaakt door meer verkopen kantine en detacheringen personeel, welke samenhangt met beëindigen van alle coronamaatregelen en een grote vraag naar personeel.

Lasten

4.1 Personeelslasten

4.1 Personeelslasten 2022 Begroting 2022 2021
  Lonen en salarissen 77.984.793 77.762.954 74.832.983
  Sociale lasten 10.510.157 10.425.097 9.980.836
  Pensioenlasten 13.278.386 13.247.340 12.646.417
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 101.773.336 101.435.391 97.460.236
  Dotaties personele voorzieningen 4.591.958 647.700 2.407.858
  Lasten personeel niet in loondienst 3.081.142 2.458.450 2.012.717
  Overige 6.273.072 8.186.643 6.303.269
  Vrijval uit personele voorzieningen -100.000 0 -593.000
4.1.2 Overige personele lasten 13.846.172 11.292.793 10.130.844
  Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen -798.584 -470.000 -724.157
4.1.3 Ontvangen vergoedingen -798.584 -470.000 -724.157
4.1 Totaal personeelslasten 114.820.924 112.258.184 106.866.923

4.1.1 Lonen en salarissen

De lonen en salarissen zijn € 0,3 mln. hoger ten opzichte van de begroting en € 4,3 mln. hoger dan voorgaand jaar. Dit wordt veroorzaakt door een CAO-verhoging en een eenmalige uitkering. Daarnaast zijn reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer verhoogd. Gemiddeld zijn er over 2022 bruto 1.324 fte in dienst (2021: 1.295 fte). Netto zijn er in 2022 gemiddeld 1.286 fte (2021: 1.271 fte) in dienst. Bruto fte betreft het aantal fte zonder aftrek verlofregelingen en exclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat wordt verloond. Netto fte betreft het aantal fte met aftrek verlofregeling en inclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat inzetbaar is. De bruto fte kunnen als volgt worden verdeeld: 

Gemiddeld (bruto) fte in dienst 2022 Begroting 2022 2021
Management/directie 10 11 11
Onderwijzend personeel 933 891 903
Ondersteunend personeel 381 379 381
Totaal fte in dienst 1.324 1.281 1.295

4.1.2 Overige personele lasten

Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten.

Ten opzichte van de begroting 2022 is € 3,9 mln. meer gedoteerd dan begroot aan personele voorzieningen en € 2,2 mln. meer dan voorgaand jaar. Extra dotaties worden veroorzaakt door het verhogen van de blijfkans seniorenverlof van 80% naar 100% met een effect van € 1,2 mln. en het verlengen van de generatieregeling tot en met 2026 met een effect van € 0,7 mln. Daarnaast zorgen ook de gemiddeld hogere leeftijd van het personeelsbestand en een hoger deelnemerspercentage voor een stijging van de voorziening duurzame inzetbaarheid. Verder is er vanaf 2022 een voorziening langdurig zieken gevormd van € 0,7 mln.

Als gevolg van de fusie zijn er meer lasten besteed aan personeel niet in loondienst wat een effect heeft van € 0,6 mln. ten opzichte van de begroting en € 1,1 mln. ten opzichte van voorgaand jaar.

Op overige lasten is ten opzichte van de begroting een besparing zichtbaar van € 1,9 mln., welke voor € 1,0 mln. bestaat uit uitstel van de aanbesteding Network as a service en € 0,6 mln. aan besparing op lopende wachtgelduitkeringen als gevolg van een krappe arbeidsmarkt. 

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Publieke en Semipublieke sector (WNT)
De WNT is van toepassing op Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort). Het voor ROC Friese Poort toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2022 € 216.000 (2021: € 190.000) op basis van de indeling in klasse G van de Regeling normering topinkomens OCW-sectoren.

De beloning van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht past binnen het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen. 

Aan de leden van Raad van Toezicht is in 2022 in totaal € 116.456 (2021: € 106.242) uitbetaald als vaste vergoeding. Voor alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij onafhankelijk zijn in de zin van de Code Goed Bestuur in het MBO. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een vaste vergoeding, passend binnen de kaders van de WNT-regeling.

In het kader van de WNT wordt gemeld dat er in 2022 (en 2021) geen bezoldigingen boven de vastgestelde WNT-norm zijn uitgekeerd aan niet-topfunctionarissen met een dienstverband.

Gegevens 2022    
Bedragen x € 1 Dhr. drs. H.W. Meijerink Mw. drs. A. Muller
Functiegegevens College van Bestuur (vrz.) College van Bestuur (lid)
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Deeltijdfactor in fte 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
     
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  191.500   170.605 
Beloningen betaalbaar op termijn  24.400   23.695 
Subtotaal  215.900   194.300 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  216.000   216.000 
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t.
Totale bezoldiging 2022  215.900   194.300 
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
     
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
     
Gegevens 2021    
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Deeltijdfactor in fte 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  166.799   148.435 
Beloningen betaalbaar op termijn  23.087   22.452 
Subtotaal  189.886   170.887 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  190.000   190.000 
     
Totale bezoldiging 2021  189.886   170.887 
Gegevens 2022        
Bedragen x € 1 Dhr. drs. ing. G. Jaarsma Dhr. drs. B. Hoekstra Mevr. ds. T.K. Kwint Dhr. drs. J. Olivier
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Bezoldiging        
Bezoldiging  24.398   16.200   16.322   16.265 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  32.400   21.600   21.600   21.600 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Totale bezoldiging 2022  24.398   16.200   16.322   16.265 
         
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2021        
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Bezoldiging        
Bezoldiging  21.456   14.250   14.382   14.323 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  28.500   19.000   19.000   19.000 
Gegevens 2022      
Bedragen x € 1 Dhr. mr. F. Veenstra Dhr. drs. P.D. van der Zwan Mevr. Drs. I.E.M. Ezinga-Roebroek
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01/01 tm 31/12 01/01 tm 30/09 01/01 tm 31/12
Bezoldiging      
Bezoldiging  16.200   10.871   16.200 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  21.600   16.156   21.600 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
Totale bezoldiging 2022  16.200   10.871   16.200 
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2021      
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-01 tm 31-12 01-01 tm 31-12 25-05 tm 31-12
Bezoldiging      
Bezoldiging  14.250   14.250   8.581 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  19.000   19.000   19.000 

4.2. Afschrijvingen

4.2 Afschrijvingen 2022 Begroting 2022 2021
4.2.1 Immateriële vaste activa 15.838 15.838 15.838
4.2.2 Materiële vaste activa 7.554.398 7.879.332 7.645.960
4.2 Totaal afschrijvingen 7.570.236 7.895.170 7.661.798

De afschrijvingen zijn € 0,3 mln. lager dan begroot en € 0,1 mln. lager dan voorgaand jaar. Dit wordt veroorzaakt door minder afschrijvingen op gebouwen door een latere oplevering van gebouw D te Drachten zoals toegelicht bij schattingswijzigingen. Daarnaast is aanschaf van een omvangrijke verbouwing met betrekking tot het klimaatsysteem Wilaarderburen uitgesteld.  

4.3. Huisvestingslasten

4.3 Huisvestingslasten 2022 Begroting 2022 2021
4.3.1 Huur 1.293.175 1.285.900 1.083.328
4.3.2 Verzekeringen 217.636 194.000 175.024
4.3.3 Onderhoud 1.537.942 1.517.500 1.988.433
4.3.4 Energie en water 1.496.313 1.783.000 1.328.219
4.3.5 Schoonmaakkosten 1.988.811 1.871.000 1.867.492
4.3.6 Belastingen en heffingen 715.522 692.750 617.168
4.3 Totaal huisvestingslasten 7.249.399 7.344.150 7.059.664

4.3.1 Huur

De huurlasten zijn gestegen met € 0,2 mln. ten opzicht van voorgaand jaar waarvan € 0,1 mln. door prijsindexatie en € 0,1 mln. door het deels vervallen van compensatie huur Zaailand. 

4.3.3 Onderhoud

De onderhoudslasten liggen in lijn met de begroting en zijn € 0,4 mln. lager ten opzichte van voorgaand jaar, omdat er in 2021 grootschalig onderhoud is gepleegd aan gebouw A te Drachten. 

4.3.4 Energie en water

De kosten van energie en water vallen € 0,3 mln. lager uit dan begroot. In de begroting is rekening gehouden met een prijsstijging welke beperkt is gebleven door gunstige contractafspraken.

4.4 Overige lasten

4.4 Overige lasten 2022 Begroting 2022 2021
4.4.1 Administratie en beheer 7.856.030 6.849.369 5.965.076
4.4.2 Inventaris en apparatuur 5.972.730 5.785.958 5.329.165
4.4.4 Dotatie overige voorzieningen 53.171 3.000 2.040
4.4.5 Overige 1.767.492 1.387.953 1.646.269
4.4 Totaal overige lasten 15.649.423 14.026.280 12.942.550

4.4.1 Administratie en beheer

De administratie- en beheerslasten vallen € 1,0 mln. hoger uit dan begroot en € 1,9 mln. hoger dan voorgaand jaar. Hiervan wordt € 0,5 mln. veroorzaakt door een verschuiving vanuit de personeelslasten als gevolg van uitstel van de uitbesteding 'Network as a service', met name door aanschaf van vervangende diensten en apparatuur. Daarnaast is er € 0,6 mln. stijging in vergaderkosten en reis- en verblijfkosten deelnemers als gevolg van vervallen van coronamaatregelen, met daardoor tevens meer kosten in het kader van internationalisering, en fusiewerkzaamheden.

4.4.2 Inventaris en apparatuur

Op inventaris en apparatuur zien we een stijging van € 0,2 mln. ten opzichte van de begroting en € 0,7 mln. ten opzichte van voorgaand jaar, met name door meer uitgaven op leer- en hulpmiddelen, excursies, introducties en bijzondere activiteiten als gevolg van vervallen van coronamaatregelen.

4.4.5 Overige

De overige kosten vallen € 0,4 mln. hoger uit dan begroot en € 0,1 mln. hoger dan voorgaand jaar, met name als gevolg van fusie gerelateerde advieskosten.

Accountantskosten
De honoraria van de onafhankelijke controlerend accountant (KPMG Accountants N.V.) over 2022 en 2021 zijn als volgt:

Specificatie accountantskosten 2022 2021
Honorarium onderzoek jaarrekening 108.900 112.210
Honorarium andere controleopdrachten 24.140 16.637
Honorarium fiscale adviezen 437 0
Honorarium andere niet-controlediensten 0 41.021
Totaal overige lasten 133.477 169.868

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de uitgevoerde werkzaamheden over boekjaar 2022 (2021). Voor het honorarium onderzoek jaarrekening gelden vaste prijsafspraken. 

5 Financiële baten en lasten

5 Saldo financiële baten en lasten 2022 Begroting 2022 2021
5.1 Financiële baten      
5.1.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 174.003 0 545
5.1 Totaal financiële baten 174.003 0 545
5.2 Financiële lasten      
5.1.1 Rentelasten en soortgelijke lasten -9.976 -10.659 -15.995
5.2 Totaal financiële lasten -9.976 -10.659 -15.995
5 Totaal financiële baten en lasten 164.027 -10.659 -15.450

Sinds het laatste kwartaal van 2022 wordt er rente vergoed op het saldo schatkistbankieren, wat heeft geleid tot een niet begrote bate van € 0,2 mln.

6 Belastingen

6 Belastingen 2022 Begroting 2022 2021
  Vennootschapsbelasting 34.668 0 5.114
6 Totaal belastingen 34.668 0 5.114

De belastingen betreft de vennootschapsbelasting voor ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V.  Het effectieve belastingpercentage bedraagt 15% (2021: 13,8%). Het geldende belastingpercentage tot € 395.000 winst is 15,0% (2021: 15% tot € 245.000 winst).

Verbonden Partijen

Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht. Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Friese Poort Opleiding & Training B.V.

De Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland, handelend onder de naam ROC Friese Poort, is 100% aandeelhouder van Friese Poort Opleiding en Training B.V. De aandeelhouder wordt wettelijk vertegenwoordigd door het College van Bestuur van ROC Friese Poort. Binnen de besloten vennootschap is een statutair directeur benoemd.

Friese Poort Opleiding en Training B.V. verzorgt contractonderwijs voor bedrijven en particulieren, dat voor een groot deel wordt uitgevoerd door de vestigingen van het ROC. Hierna wordt in de jaarrekening voor Friese Poort Opleiding & Training B.V. de naam ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen gebruikt.

Verbonden partij ROC Friese Poort Meerderheidsdeelneming
Naam ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen
Juridische vorm Besloten vennootschap
Statutaire zetel Leeuwarden
Code Activiteit 1. contractonderwijs
Eigen vermogen 31/12/2022 € 4.213.145 
Exploitatiesaldo 2022 € 197.189 
Omzet 2022 € 7.010.255 
Verklaring art 2:403 BW Nee
Consolidatie Ja
Percentage deelneming 100%

Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A.

ROC Friese Poort is lid van de Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Deze coöperatie heeft als doel het bevorderen en leveren van een bijdrage aan de kwaliteit en kwantiteit van het onderwijs in de maritieme sector in brede zin. De coöperatie bestaat uit zes leden die elk niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie en niet verplicht zijn tot bijdrage in tekorten, ook niet bij ontbinding van de rechtspersoon.

Verbonden partij ROC Friese Poort Overige verbonden partij
Naam Maritieme Academie Holland
Juridische vorm Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid
Statutaire zetel Amsterdam
Code Activiteit 4. overige
Verklaring art 2:403 BW N.v.t.
Consolidatie N.v.t.
Percentage deelneming N.v.t.
  De coöperatie telt zes leden

Gebeurtenissen na balansdatum

Fusie Friese Poort en Friesland College

Op 1 januari 2023 heeft een juridische fusie plaatsgevonden tussen Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland (handelsnaam: Friese Poort) en Stichting voor Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie (handelsnaam: Friesland College). Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland is de verkrijgende stichting van het vermogen en verplichtingen van Stichting voor Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. Laatstgenoemde Stichting is opgehouden te bestaan per 1 januari 2023. De naam van de blijvende stichting is op 1 januari 2023 gewijzigd in Stichting voor Beroepsonderwijs, Volwasseneneducatie en Algemeen voortgezet onderwijs in Friesland en Flevoland met als handelsnaam: Firda. Op 1 augustus 2023 vindt de instellingenfusie plaats en zullen alle vestigingen van zowel ROC Friese Poort als Friesland College verder gaan onder de naam Firda. 

Enkelvoudige balans per 31 december 2022

Na resultaatbestemming

  Bedragen * € 1.000   31/12/2022   31/12/2021
1 Activa        
  Vaste activa        
1.2 Materiële vaste activa 74.322   75.813  
1.3 Financiële vaste activa 4.213   4.016  
  Totaal vaste activa   78.535   79.829
  Vlottende activa        
1.5 Vorderingen 9.329   2.381  
1.7 Liquide middelen 42.977   38.348  
  Totaal vlottende activa   52.306   40.729
1 Totaal activa   130.841   120.558
           
2 Passiva        
2.1 Eigen Vermogen 92.030   88.909  
2.2 Voorzieningen 11.884   9.142  
2.3 Langlopende schulden 163   191  
2.4 Kortlopende schulden 26.764   22.316  
2 Totaal passiva   130.841   120.558

Enkelvoudige staat van baten en lasten over 2022

  Bedragen * € 1.000 2022 Begroting 2022 2021
  Baten      
3.1 Rijksbijdragen 134.863 131.093 131.770
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 1.138 847 751
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 1.706 1.687 1.749
3.4 Baten werk in opdracht van derden 4.712 3.429 3.144
3.5 Overige baten 3.006 1.989 2.094
  Totaal baten 145.425 139.045 139.508
  Lasten      
4.1 Personeelslasten 112.865 110.405 105.069
4.2 Afschrijvingen 7.533 7.857 7.628
4.3 Huisvestingslasten 7.249 7.344 7.059
4.4 Overige lasten 14.999 13.460 12.496
  Totaal lasten 142.646 139.066 132.252
  Saldo baten en lasten 2.779 -21 7.256
5 Financiële baten en lasten 145 -10 -15
  Resultaat 2.924 -31 7.241
7 Resultaat deelnemingen 197 25 37
  Nettoresultaat 3.121 -6 7.278

Toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening 2022

Waarderingsgrondslagen algemeen

De enkelvoudige jaarrekening maakt deel uit van de statutaire jaarrekening 2022 van de stichting. De financiële gegevens van de stichting zijn in de geconsolideerde jaarrekening van de stichting verwerkt.

Voor zover posten uit de enkelvoudige balans en de enkelvoudige staat van baten en lasten hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

De grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gelijk aan die voor de geconsolideerde staat van baten en lasten, met uitzondering van de hierna genoemde grondslagen.

Financiële instrumenten
In de enkelvoudige jaarrekening worden financiële instrumenten gepresenteerd op basis van hun juridische vorm.

Deelnemingen in groepsmaatschappijen
Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Indien waardering tegen nettovermogenswaarde niet kan plaatsvinden doordat de hiervoor benodigde informatie niet kan worden verkregen, wordt de deelneming gewaardeerd volgens het zichtbaar eigen vermogen. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde van de deelnemingen zijn de activa en passiva van de deelneming gewaardeerd op basis van de grondslagen die gelden voor de onderneming.

Resultaat deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van deelnemingen omvat het aandeel van de stichting in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de stichting en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

Toelichting op de enkelvoudige balans

Vaste activa

1.2 Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Terreinen 1.2.1 Gebouwen 1.2.2 Inventaris en apparatuur 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling Totaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2022 9.763.209 112.499.842 49.304.107 151.100 171.718.258
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2022 0 -60.681.690 -35.223.142 0 -95.904.832
Boekwaarde 01-01-2022 9.763.209 51.818.152 14.080.965 151.100 75.813.426
Investeringen boekjaar 333.307 1.497.555 4.305.945 549.226 6.686.033
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) -312.292 -1.304.540 -6.897.034 -151.100 -8.664.966
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 0 1.151.161 6.869.460 0 8.020.621
Afschrijvingen lopend jaar 0 -3.741.204 -3.792.393 0 -7.533.597
Aanschafwaarde 31-12-2022 9.784.224 112.692.857 46.713.018 549.226 169.739.325
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2022 0 -63.271.733 -32.146.075 0 -95.417.808
Boekwaarde 31-12-2022 9.784.224 49.421.124 14.566.943 549.226 74.321.517

1.2.1. Terreinen en gebouwen

In 2022 is € 1,8 mln. geïnvesteerd in terreinen en gebouwen. Hiervan bestaat € 1,2 mln. uit de aanschaf van de locatie Eeltjebaasweg te Sneek. Dit object werd tot het moment van aanschaf gehuurd. Daarnaast bestaat de post voor € 0,6 mln. aan verbeteringen aan gebouwen. 

De desinvesteringen op gebouwen en terreinen betreft de locatie Wetterwille te Drachten.

1.2.2. Inventaris en apparatuur

In 2022 is € 4,3 mln. (2021: € 3,7 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 2,2 mln. (2021: € 1,9 mln.) uitgegeven voor hard- en software, waarvan € 1,2 mln. aan laptops voor medewerkers, € 0,5 mln. aan smartboards en € 0,5 mln. aan met name overige audiovisuele apparatuur en smart devices. 

Daarnaast is € 0,9 mln. uitgegeven aan lesgebonden machines en € 1,2 aan meubilair, waarvan € 0,9 mln. aan lesgebonden meubilair en € 0,3 mln. aan kantoormeubilair.  

1.2.4. In uitvoering en vooruitbetaling

In 2022 is € 0,5 mln. in uitvoering en vooruitbetaald. Hiervan heeft € 0,3 mln. betrekking op gebouw D te Drachten, € 0,1 mln. op renovatie locatie Willaarderburen en € 0,1 mln. voor trainingscentrum Urk. 

1.3 Financiële vaste activa

1.3 Financiële vaste activa Boekwaarde 01/01/2022 Investeringen en verstrekte leningen Dividend Resultaat deel- nemingen Boekwaarde 31/12/2022
Deelneming in groepsmaatschappijen 4.015.955 0 0 197.189 4.213.144
Totaal financiële vaste activa 4.015.955 0 0 197.189 4.213.144

De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Friese Poort Opleiding & Training B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 4,2 mln. per 31 december 2022 (€ 4,0 mln. per 31 december 2021).

Vlottende activa

1.5. Vorderingen

1.5 Vorderingen 31/12/2022 31/12/2021
1.5.1 Debiteuren algemeen 637.250 310.863
1.5.5 Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten 355.773 275.838
1.5.7 Overige vorderingen 6.789.736 598.728
1.5.8 Overlopende activa 1.587.987 1.259.129
1.5.9 Voorzieningen wegens oninbaarheid -41.608 -63.990
1.5 Totaal vorderingen 9.329.138 2.380.568

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.

1.5.1. Debiteuren

Toename in debiteurensaldo van € 0,3 mln. wordt veroorzaakt door een in december verstuurde factuur van € 0,3 mln. met betrekking tot verrekening van fusiekosten met Friesland College. 

1.5.5. Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten

De vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten zijn gestegen met € 0,1 mln. omdat er over het schooljaar 2022/2023 volledig cursusgeld in rekening is gebracht. In schooljaar 2021/2022 is het wettelijke cursusgeld vastgesteld op 50% als coronamaatregel. 

1.5.7 Overige vorderingen

De overige vorderingen bestaan voor € 6,4 mln. aan nog te ontvangen resultaatafhankelijke kwaliteitsgelden. In 2021 zijn deze resultaatafhankelijke kwaliteitsgelden ontvangen in het boekjaar zelf. 

1.5.8. Overlopende activa

De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2022 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2023. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur, examengeld en marketing- en promotiekosten. 

1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid 31/12/2022 31/12/2021
  Stand per 1 januari -185.174 -266.958
  Onttrekking 71.592 69.581
  Dotatie / vrijval -69.593 12.203
1.5.9 Stand per 31 december -183.175 -185.174

De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten, BPV-bedrijven en een post doorbelaste huisvestingskosten. 

1.7. Liquide middelen

1.7 Liquide middelen 31/12/2022 31/12/2021
1.7.1 Kasmiddelen 434 2.346
1.7.2 Banken 42.976.807 38.345.615
1.7 Totaal liquide middelen 42.977.241 38.347.961

Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2022 € 42,8 mln. ondergebracht (2021: € 38,2 mln.). Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van lopende rekeningen en spaargelden bij commerciële banken.

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.

Passiva

2.1 Eigen vermogen

2.1 Eigen vermogen Stand 01/01/2021 Bestemming exploitatie-saldo 2021 Stand per 31/12/2021 Bestemming exploitatie-saldo 2022 Stand per 31/12/2022
2.1.1 Algemene reserve 13.513.454 4.404.421 17.917.875 1.725.287 19.643.162
2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek)          
  Huisvesting 64.157.000 258.000 64.415.000 1.803.000 66.218.000
  Nationaal Programma Onderwijs 0 2.578.000 2.578.000 -604.000 1.974.000
2.1.2 Totaal bestemmingsreserve (publiek) 64.157.000 2.836.000 66.993.000 1.199.000 68.192.000
2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) 3.960.857 37.098 3.997.955 197.189 4.195.144
2.1.3 Totaal bestemmingsreserve (privaat) 3.960.857 37.098 3.997.955 197.189 4.195.144
2.1 Totaal eigen vermogen 81.631.311 7.277.519 88.908.830 3.121.476 92.030.306

Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat, die betrekking heeft op de algemene reserve van Friese Poort Opleiding & Training B.V.

Het exploitatiesaldo 2022 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2022.

2.1 Resultaatbestemming 2022

Bij de bestemming van het exploitatiesaldo 2022 wordt rekening gehouden met de uitgangspunten in de notitie ‘Omvang eigen vermogen ROC Friese Poort 2005’, de uitkomsten van de calculatie ten aanzien van de risico’s ultimo 2022 en interne beleidsafspraken.

Van het resultaat 2022 van € 3,1 mln. is € 1,7 mln. toegevoegd aan de algemene reserve en € 1,8 mln. aan de bestemmingsreserve huisvesting, dit betreft het huisvestingsresultaat 2022. De reserve dient voor afschrijvings- en onderhoudskosten van panden. 

Aan de reserve Nationaal Programma Onderwijs is € 0,6 mln. onttrokken. Het overige deel van deze reserve zal in 2023 worden onttrokken. Dit in overeenstemming met de looptijd van het Nationaal Programma Onderwijs. 

Het resultaat deelneming Friese Poort Opleiding & Training B.V. van € 0,2 mln. is toegevoegd aan de bestemmingsreserve privaat.

2.1.1. Algemene reserve

De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 6,7 mln. (2021: € 6,6 mln.), zijnde 5% van de Rijksbijdragen. 

2.2 Voorzieningen

2.2 Voorzieningen Stand per 01/01/2022 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Stand per 31/12/2022 Kortlopend deel (<1 jaar) Langlopend deel (>1 jaar <5 jaar) Langlopend deel (>5 jaar)
2.2.1 Personeelsvoorzieningen                
  Voorziening wachtgeld 151.000 102.000 73.000 65.000 115.000 92.000 23.000 0
  Voorziening spaarverlof ADV 17.000 0 3.000 0 14.000 3.000 11.000 0
  Voorziening WGA 2.673.000 435.000 476.000 0 2.632.000 272.000 1.039.000 1.321.000
  Voorziening duurzame inzetbaarheid 5.039.000 3.090.000 885.000 35.000 7.209.000 1.096.000 4.135.000 1.978.000
  Voorziening jubileum 1.218.000 111.000 115.000 0 1.214.000 88.000 501.000 625.000
  Voorziening WAB tijdelijk contract 44.000 185.000 190.000 0 39.000 0 0 39.000
  Voorziening langdurige zieken 0 661.000 0 0 661.000 281.000 380.000 0
2.2.1 Totaal personeelsvoorzieningen 9.142.000 4.584.000 1.742.000   11.884.000 1.883.000 5.852.000 4.149.000
2.2 Totaal voorzieningen 9.142.000 4.584.000 1.742.000   11.884.000 1.833.000 5.852.000 4.149.000

2.2.1. Personeelsvoorzieningen

De personele voorzieningen ultimo 2022 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract, langdurig zieken en overige personele voorzieningen.

De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2022 is deze verplichting opgenomen voor 9 wachtgelders (2021: 8), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2024 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.

Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.

De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (25; 2021: 21) en zieken (33; 2021: 8) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet. Zieken zijn per 2022 in de voorziening opgenomen indien zij langer dan 26 weken ziek zijn (2021: 52 weken) rekening houdend met een revalidatiekans.

Duurzame inzetbaarheid
In de CAO MBO 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.

De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.

Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2022 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 31,2% (2021: 29,0%).

Per 31 december 2022 maken 117 (2021: 108) medewerkers gebruik van het seniorenverlof, in fte 103,0 fte (2021: 95,2). Daarnaast maken 15 (2021: 20) medewerkers gebruik van de generatieregeling, in fte 13,8 (2021: 19,0).

Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,5%. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2% (actuele marktrente per 31-12-2022). In 2022 is de blijfkans van de regeling gesteld op 100% (2021: 80%) als gevolg van verduidelijking in wet- en regelgeving, waarbij indien het waarschijnlijk is dat een regeling blijft deze volledig moet worden opgenomen.

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,5% en een disconteringsrente van 2%. In 2022 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2021.

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2022 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

Per 2022 is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor de eerste twee ziektejaren van een werknemer, waarbij in lijn met de voorziening WGA, rekening is gehouden van een revalidatiekans van 100% voor personeel welke minder dan 6 maanden ziek is, 60% voor personeel dat 6 tot 12 maanden ziek is en 40% voor personeel dat langer dan 12 maanden ziek is. 

2.4 Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31/12/2022 31/12/2021
2.4.1 Kredietinstellingen 27.227 27.227
2.4.3 Crediteuren 2.245.326 2.835.695
2.4.5 Schulden aan groepsmaatschappijen 5.640.578 5.133.285
2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 3.332 0
2.4.7 Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 3.332 0
2.4.8 Schulden terzake van pensioenen 570 0
2.4.9 Overige kortlopende schulden 334.753 550.808
2.4.10 Overlopende passiva    
  Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden 455.413 288.980
  Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt 998.642 1.168.089
  Vooruitontvangen investeringssubsidies 2.526.720 2.777.094
  Vakantiegeld en -dagen 4.536.265 4.450.481
  Overig 9.994.548 5.084.835
2.4.10 Totaal overlopende passiva 18.511.588 13.769.478
2.4 Totaal kortlopende schulden 26.763.374 22.316.493

Ultimo 2022 heeft Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland onder de kortlopende schulden € 5.640.578 (2021: € 5.133.285) verantwoord als rekening-courant groepsmaatschappijen. Dit betreft de rekening-courantverhouding met ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden. Over deze post wordt rente berekend op basis van de werkelijk ontvangen rente op de spaarrekeningen van ROC Friese Poort. In 2022 € 18.821 is rente vergoed (2021: nihil). In 2022 wordt vanaf het vierde kwartaal van 2022 een rente ontvangen op de rekening schatkistbankieren, in de overige periode was deze rente nihil. Er zijn geen zekerheden gesteld en er is geen aflossingsverplichting overeengekomen.

De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 0,5 mln. (2021: € 0,3 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2022 zijn ontvangen voor het collegejaar 2022-2023. Het deel wat betrekking heeft op 2023 is in de balans opgenomen. 

De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.

In 2022 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gedaald naar € 1,0 mln. (2021: € 1,2 mln.). Dit wordt met name veroorzaakt doordat de coronasubsidieregeling begeleiding en nazorg met € 0,2 mln. is afgebouwd naar € 0,3 mln. (2021: € 0,5 mln.) en doordat de post Yacht Builders Academy is financieel afgewikkeld (2021: € 0,1 mln.). De post bestaat verder uit € 0,2 mln. tegemoetkoming opleidingsscholen (2021: € 0,2 mln.), subsidie zij-instromers € 0,3 mln. (2021: € 0,2 mln.) en studieverlof BVE € 0,2 mln. (2021: € 0,1 mln.). 

De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa en wordt gepresenteerd onder 3.1.2 toerekening investeringssubsidies OCW en 3.2.2 overige overheidsbijdragen. Van deze post heeft € 0,3 mln. een looptijd korter dan een jaar, € 1,1 mln. een looptijd langer dan één jaar maar korter dan vijf jaar en € 1,4 mln. een looptijd langer dan vijf jaar. De post bestaat uit een egalisatiereserve voor Gebouw Centrum Vakopleiding € 1,3 mln., Centrum Duurzaam Leeuwarden € 0,7 mln., Zorg en Welzijn Drachten € 0,3 mln., Flevoland Maritieme Campus Urk € 0,1 mln. en Gemeente NOP parkeerterrein € 0,1 mln. 

De post overig is gestegen met € 5,2 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door € 6,4 mln. nog te vorderen resultaat afhankelijke kwaliteitsgelden welke nog niet zijn besteed. In 2021 zijn deze in het kalenderjaar ontvangen. De overige € 1,2 mln. betreffen inkomende facturen welke in 2023 zijn ontvangen, maar betrekking hebben op 2022.  

Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.

Toelichting op de enkelvoudige staat van baten en lasten

Baten

3.4 Baten werk in opdracht van derden

3.4 Baten werk in opdracht van derden 2022 Begroting 2022 2021
3.4.3 Overige baten werk in opdracht van derden 4.711.841 3.429.024 3.144.297
3.4 Totaal baten werk in opdracht van derden 4.711.841 3.429.024 3.144.297

3.4.3 Overige

De omzet contractonderwijs binnen ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen ligt € 1,4 mln. hoger dan in 2021 en € 0,7 mln. hoger dan begroot. Het aantrekken van omzet contractonderwijs is het gevolg van beëindiging van corona maatregelen. 

De stijging in overige baten van € 0,8 mln. ten opzichte van begroting en € 0,7 mln. ten opzichte van 2021 wordt veroorzaakt door meer omzet vanuit internationalisering, ook met name als gevolg van beëindiging van corona maatregelen. 

Lasten

4.1 Personele lasten

4.1 Personeelslasten 2022 Begroting 2022 2021
  Lonen en salarissen 76.623.922 76.399.432 73.521.256
  Sociale lasten 10.252.014 10.221.978 9.762.631
  Pensioenlasten 13.053.062 13.014.819 12.429.970
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 99.928.998 99.636.229 95.713.857
  Dotaties personele voorzieningen 4.584.000 647.700 2.405.660
  Lasten personeel niet in loondienst 3.091.822 2.458.450 2.051.833
  Overige 6.158.550 8.132.513 6.214.529
  Vrijval uit personele voorzieningen -100.000 0 -593.000
4.1.2 Overige personele lasten 13.734.372 11.238.663 10.079.022
4.1.3 Af: Ontvangen vergoedingen -798.584 -470.000 -724.157
4.1 Totaal personeelslasten 112.864.786 110.404.892 105.068.722

4.1.1 Lonen en salarissen

De lonen en salarissen zijn € 0,3 mln. hoger ten opzichte van de begroting en € 4,3 mln. hoger dan voorgaand jaar. Dit wordt veroorzaakt door een CAO-verhoging en een eenmalige uitkering. Daarnaast zijn reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer verhoogd. 

Gemiddeld zijn er over 2022 bruto 1.298 fte in dienst (2021: 1.269 fte). Netto zijn er in 2022 gemiddeld 1.260 fte (2021: 1.222 fte) in dienst. Bruto fte betreft het aantal fte zonder aftrek verlofregelingen en exclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat wordt verloond. Netto fte betreft het aantal fte met aftrek verlofregeling en inclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat inzetbaar is. De bruto fte kunnen als volgt worden verdeeld: 

Gemiddeld (bruto) fte in dienst 2022 Begroting 2022 2021
Management/directie* 8 9 9
Onderwijzend personeel 933 891 903
Ondersteunend personeel 357 355 357
Totaal fte in dienst 1.298 1.255 1.269

4.1.2 Overige personele lasten

Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten.

Ten opzichte van de begroting 2022 is € 3,9 mln. meer gedoteerd dan begroot aan personele voorzieningen en € 2,2 mln. meer dan voorgaand jaar. Extra dotaties worden veroorzaakt door het verhogen van de blijfkans seniorenverlof van 80% naar 100% met een effect van € 1,2 mln. en het verlengen van de generatieregeling met een effect van € 0,7 mln. Daarnaast zorgen ook de gemiddeld hogere leeftijd van het personeelsbestand en een hoger deelnemerspercentage voor een stijging van de voorziening duurzame inzetbaarheid. Verder is er vanaf 2022 een voorziening langdurig zieken gevormd van € 0,7 mln.

Als gevolg van fusiekosten zijn er meer lasten besteed aan personeel niet in loondienst wat een effect heeft van € 0,6 mln. ten opzichte van de begroting en € 1,1 mln. ten opzichte van voorgaand jaar.

Op overige lasten is ten opzicht van de begroting een besparing zichtbaar van € 1,9 mln., welke voor € 1,0 mln. bestaat uit uitstel van de aanbesteding Network as a service en € 0,6 mln. aan besparing op lopende wachtgelduitkeringen als gevolg van een krappe arbeidsmarkt. 

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Publieke en Semipublieke sector (WNT)
De WNT is van toepassing op Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort). Het voor ROC Friese Poort toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2022 € 216.000 (2021: € 190.000) op basis van de indeling in klasse G van de Regeling normering topinkomens OCW-sectoren.

De beloning van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht past binnen het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen. De beloning van de huidige bestuurders is passend binnen deze regeling.

Aan de leden van Raad van Toezicht is in 2022 in totaal € 116.456 (2021: € 106.242) excl. eventueel verschuldigde btw uitbetaald als vaste vergoeding. Voor alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij onafhankelijk zijn in de zin van de Code Goed Bestuur in het MBO. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een vaste vergoeding, passend binnen de kaders van de WNT-regeling.

In het kader van de WNT wordt gemeld dat er in 2022 (en 2021) geen bezoldigingen boven de vastgestelde WNT-norm zijn uitgekeerd aan niet-topfunctionarissen met een dienstverband. 

4.2 Afschrijvingen

4.2 Afschrijvingen 2022 Begroting 2022 2021
4.2.2 Materiële vaste activa 7.533.597 7.856.516 7.628.514
4.2 Totaal afschrijvingen 7.533.597 7.856.516 7.628.514

De afschrijvingen zijn lager dan begroot en lager dan voorgaand jaar. Dit wordt veroorzaakt door minder afschrijvingen op gebouwen door een latere oplevering van gebouw D te Drachten zoals toegelicht bij schattingswijzigingen. Daarnaast is aanschaf van een omvangrijke verbouwing met betrekking tot het klimaatsysteem Wilaarderburen uitgesteld.  

4.3 Huisvestingslasten

4.3 Huisvestingslasten 2022 Begroting 2022 2021
4.3.1 Huur 1.293.175 1.285.900 1.083.328
4.3.2 Verzekeringen 217.636 194.000 175.024
4.3.3 Onderhoud 1.537.942 1.517.500 1.987.890
4.3.4 Energie en water 1.496.313 1.783.000 1.328.219
4.3.5 Schoonmaakkosten 1.988.811 1.871.000 1.867.492
4.3.6 Belastingen en heffingen 715.522 692.750 617.167
4.3 Totaal huisvestingslasten 7.249.399 7.344.150 7.059.120

4.3.1 Huur

De huurlasten zijn gestegen met € 0,2 mln. ten opzicht van voorgaand jaar waarvan € 0,1 mln. door prijsindexatie en € 0,1 mln. door het deels vervallen van compensatie huur Zaailand. 

4.3.3 Onderhoud

De onderhoudslasten liggen in lijn met de begroting en zijn € 0,4 mln. lager ten opzichte van voorgaand jaar, omdat er in 2021 grootschalig onderhoud is gepleegd aan gebouw A te Drachten. 

4.3.4. Energie en water

De kosten van energie en water vallen € 0,3 mln. lager uit dan begroot. In de begroting is rekening gehouden met een prijsstijging welke beperkt is gebleven door gunstige contractafspraken.

4.4 Overige lasten

4.4 Overige lasten 2022 Begroting 2022 2021
4.4.1 Administratie en beheer 7.655.330 6.582.500 5.801.464
4.4.2 Inventaris en apparatuur 5.970.726 5.785.958 5.327.161
4.4.3 Dotatie overige voorzieningen -3.696 3.000 -16.304
4.4.5 Overige 1.376.294 1.089.000 1.383.857
4.4 Totaal overige lasten 14.998.654 13.460.458 12.496.178

4.4.1 Administratie en beheer

De administratie- en beheerslasten vallen € 1,0 mln. hoger uit dan begroot en € 1,9 mln. hoger dan voorgaand jaar. Hiervan wordt € 0,5 mln. veroorzaakt door een verschuiving vanuit de personeelslasten als gevolg van uitstel van de uitbesteding 'Network as a service', met name door aanschaf van vervangende diensten en apparatuur. Daarnaast is er € 0,6 mln. stijging in vergaderkosten en reis- en verblijfkosten deelnemers als gevolg van vervallen van coronamaatregelen, met daardoor tevens meer kosten in het kader van internationalisering, en fusiewerkzaamheden.

4.4.2 Inventaris en apparatuur

Op inventaris en apparatuur zien we een stijging van € 0,2 mln. ten opzichte van de begroting en € 0,7 mln. ten opzichte van voorgaand jaar, met name door meer uitgaven op leer- en hulpmiddelen, excursies, introducties en bijzondere activiteiten als gevolg van vervallen van coronamaatregelen.

4.4.5 Overige

De overige kosten vallen € 0,4 mln. hoger uit dan begroot en € 0,1 mln. hoger dan voorgaand jaar, met name als gevolg van fusie gerelateerde advieskosten.

5 Financiële baten en lasten

5 Saldo financiële baten en lasten 2022 Begroting 2022 2021
5.1 Financiële baten      
5.1.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 174.003 0 545
5.1 Totaal financiële baten 174.003 0 545
5.2 Financiële lasten      
5.1.1 Rentelasten en soortgelijke lasten -28.641 -9.659 -15.570
5.2 Totaal financiële lasten -28.641 -9.659 -15.570
5 Totaal financiële baten en lasten 145.362 -9.659 -15.025

Vanaf het vierde kwartaal 2022 wordt er een rente vergoed op de rekening schatkistbankieren wat resultaat in een rentebate van € 0,2 mln. Als gevolg van een positieve rente is op rekening courant Friese Poort Bedrijfsopleiding een rente vergoed welke zichtbaar is als stijging op rentelasten. 

7 Resultaat deelnemingen

7 Resultaat deelnemingen 2022 Begroting 2022 2021
  Resultaat deelnemingen      
  ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen B.V. 197.189 24.945 37.098
7 Totaal resultaat deelnemingen 197.189 24.945 -29.539

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

Datum vaststelling jaarrekening

Leeuwarden, 31 mei 2023

Voorzitter College van Bestuur

De heer drs. H.W. Meijerink RA

Lid College van Bestuur

De heer ing. C.G.C.G. Segers MA

Lid College van Bestuur

Mevrouw drs. A.C. Muller

Datum goedkeuring jaarrekening

Leeuwarden, 23 juni 2023

Voorzitter Raad van Toezicht
De heer W.K. Kleinhuis

Lid Raad van Toezicht
De heer drs. ing. G. Jaarsma

Lid Raad van Toezicht
Mevrouw M.A. Berndsen

Lid Raad van Toezicht
De heer prof. dr. M.J. Broersma

Lid Raad van Toezicht
Mevrouw drs. I.E.M. Ezinga-Roebroek

Lid Raad van Toezicht
Mevrouw ds. T.K. Kwint

Lid Raad van Toezicht
Mevrouw dr. R.J Landeweerd

Lid Raad van Toezicht
Mevrouw G.A. Postma

Overige gegevens

Statutaire regeling resultaatbestemming

In de statuten van de Stichting ROC Friese Poort is niet specifiek opgenomen hoe het jaarlijks resultaat te bestemmen. Jaarlijks wordt in de jaarrekening onder hoofdstuk 2.1 Resultaatbestemming de verdeling bepaald.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland

Verklaring over de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen jaarrekening

Ons oordeel

Wij hebben de geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening 2022 van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland (of hierna ‘de stichting’) te Leeuwarden (hierna ‘de jaarrekening’) gecontroleerd. 

Naar ons oordeel:
— geeft de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland per 31 december 2022 en van het resultaat over 2022 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs;

— zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022.

De jaarrekening bestaat uit:
1 de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2022;
2 de geconsolideerde en enkelvoudige staat van baten en lasten over 2022;
3 het geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2022; en
4 de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2022 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen andere informatie

Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

— met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
— alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022 is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht voor de jaarrekening

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Het College van Bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022.

In dit kader is het College van Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het College van Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het College van Bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het College van Bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het College van Bestuur het voornemen heeft om de onderwijsinstelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het College van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

— het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel belang zijn;
— het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
— het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling;
— het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het College van Bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
— het vaststellen dat de door het College van Bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om in onze controleverklaring de aandacht te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderwijsinstelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
— het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
— het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.
Wij communiceren met de Raad van Toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.


Amstelveen, 23 juni 2023

KPMG Accountants N.V.


J.L.C. van Sabben RA

Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report